Door de ogen van de keurmeester ~ Binsenastrilde

Binsen astrilde man

In deze aflevering gaan we het weer eens hebben over een Australische prachtvink, te weten de Binsenastrilde. Dit is een vogels die we regelmatig aantreffen op een tentoonstelling, al is het niet in grote getalen.

De vogels die we nu zien is eigenlijk een verschijningsvorm die in Europa is gekweekt. Na het uitvoerverbod van vogels uit Australië is er geen rekening mee gehouden dat er twee verschijningsvormen van deze vogel waren. Deze zijn nu zo door elkaar gekweekt dat er dus geen zuivere nominaatvorm meer voorhanden is. Simpel gezegd er is dus geen echte wildvorm meer voorhanden. Dit wil overigens niet zeggen dat hiermee afbreuk is gedaan aan deze vogel. In tegendeel zelfs, want er zijn prachtige exemplaren van deze soort te bewonderen op de tentoonstellingen.

Met deze vogels wordt goed gekweekt en dit heeft ook al geresulteerd in de nodige mutaties die inmiddels ook zijn vast gelegd en te bewonderen op verschillende tentoonstellingen. In het kader van dit artikel zullen we stil staan bij de wildkleur, zoals hij in de standaard eisen wordt genoemd. Nog even voor de duidelijkheid dit is de kwekers gedurende vele jaren vastgelegde vorm van deze vogel. Deze vogel wordt gekeurd op het bekende gele tropenbriefje.

Binsen astrilde pop

Omdat het tijdperk van het nieuwe keurbriefje is ingetreden, zullen we deze vogel dan ook bekijken aan de hand van dit keurbriefje. Er is weliswaar niet zo veel verandert, maar toch is het van belang om gelijk maar over te schakelen. Wat verandert is betreft de puntenwaardering, die gelijk is aan de standaardvogels.

In de eerste rubriek wordt gekeken naar formaat, model, houding en conditie.
De Binsenastrilde is een vrij kleine vogel met een lengte van ongeveer 11 centimeter, gemeten vanaf de punt van de snavel tot aan de punt van de staart. Qua lengte voldoen de meeste vogels wel aan deze eis. Het is een vrij slanke vogel. Men moet dit niet verkeerd uitleggen, want hiermee wordt beslist niet bedoelt dat de vogel smal of iel moet zijn. En daar hebben we dan gelijk ook een probleem wat we vaker zien bij deze vogels. De aangeboden vogels op een tentoonstelling zijn nogal eens veel te smal en die kunnen eigenlijk als iel aangeduid worden. Soms is het zo erg dat je bang bent dat ze door de tralies van de TT kooi komen en dat is dus beslist niet de bedoeling. Dus let er bij de kweek vooral op dat de vogels niet te smal gaan worden.
Kijken we vanaf de zijkant naar de vogel, dan moet de borstlijn een mooi gebogen lijn vormen en moet de ruglijn van de vogel nagenoeg recht zijn. Dit zijn vereisten die we regelmatig in vogelland tegen komen. De omschreven lijnen mogen niet onderbroken worden door uitwassen zoals een zware borst of broek of een deuk in de nek, om maar enkele voorbeelden te noemen. De vogel moet rustig op de stok zitten en volgens de standaard eis moet dit in een hoek van 60 graden zijn. Dit zal overigens niet met een gradenboog gecontroleerd worden door een keurmeester. Je moet dit eigenlijk lezen dat de vogel fier op de stok moet zitten en dat je daarbij onder de vogel door kunt kijken. Vogels die op de stok hangen, zodat je er niet onder door kunt kijken, worden dan ook bestraft op hun houding. Uiteraard moet de vogel in een goede lichamelijke conditie verkeren. Bijna altijd is dit wel het geval, al komen we het tegendeel ook wel eens tegen. Het mag duidelijk zijn dat een vogel die niet goed in conditie is zich niet goed kan tonen aan een keurmeester. Hoe beter de vogel in conditie is des te beter komt hij op de keurtafel over en dat kan natuurlijk de nodige punten schelen. Eigenlijk kun je dit ook op jezelf betrekken, want als je zelf wat grieperig bent dan zie je er ook niet op je best uit en dat gaat ook voor de vogels op.
Als alles goed is en niet in positieve of negatieve zin opvalt, dan wordt er in deze rubriek 27 punten toegekend. Vallen bepaalde zaken positief op dan komt er een punt bij en als er de nodige negatieve opmerkingen in deze rubriek zijn dan gaan er één of meer punten af.

In de tweede rubriek wordt gekeken naar de poten en de snavel.
De poten moeten recht en stevig zijn en niet voorzien zijn van vergroeiingen of verruwingen. Ook dienen alle tenen voorzien te zijn van een nagel. Verruwing kan worden bijgewerkt met wat babyolie die op de poten kan worden aangebracht. Let er hierbij wel op dat je niet de babyolie op en veren smeert, want dan kun je deze vogel afschrijven voor de tentoonstelling. Het duurt namelijk een hele tijd voor de babyolie uit de veren is. Wassen helpt hier niet bij.
De boven en ondersnavel moeten goed op elkaar aansluiten en deze moet een vloeiende lijn vormen met de schedel. Als hier geen bijzonderheden worden geconstateerd dan wordt in deze rubriek 8 punten gegeven.

In de derde rubriek wordt gekeken naar de bevedering van de vogel.
Gekeken wordt of het verenpak goed strak om het lichaam wordt gedragen. Ook wordt er gekeken of de bevedering compleet is. Natuurlijk moet de bevedering ook schoon zijn. Door het regelmatig besproeien van de vogels bereiken we dat deze de nodige aandacht aan zijn verenpak besteed en dat is alleen maar goed voor het resultaat. Natuurlijk zijn er opmerkingen te maken over de bevedering als de vogel niet goed in conditie is. Het een heeft met het andere te maken. Als er geen bijzonderheden zijn dan wordt in deze rubriek 5 punten gegeven.

In de vierde rubriek kijken we naar de kleurdiepte en de kleurregelmatigheid van de vogel.
Als keurmeester kijk je dan naar de indruk die de vogel geeft aangaande zijn kleur, of deze voldoende diep is en egaal. De rug, het vleugeldek, de borst en de flanken van de Binsenastrilde zijn olijfgroen en de buik is geel van kleur. De olijfgroene kleur en ook de gele kleur moeten zo diep mogelijk zijn en natuurlijk egaal. Vogels die een bleek of een vlekkerig beeld geven zullen dan ook in deze rubriek gestraft worden. Sommige liefhebbers geven de Binsenastrilde de mogelijkheid om caroteen houdende voeding tot zich te nemen. Dit kan onnatuurlijke bijeffecten hebben, zoals het tonen van een rode waas op het rug en vleugeldek. Dit is beslist niet de bedoeling en dat zal dan ook gestraft worden in deze rubriek. Te jonge vogels die worden ingezonden naar een tentoonstelling laten een grauwe grijsbruine kleur zien. Van olijfgroen is dan eigenlijk geen spraken en de tekening van deze vogels zal dof overkomen. Het spreekt voor zich dat een dergelijke vogel beslist niet in aanmerking komt voor een redelijke punten waardering. Als alles normaal of goed is, dan wordt in deze rubriek 17 punten gegeven. Dit kan al naar gelang van het beeld dat de vogel laat zien naar boven of naar beneden worden bijgesteld.

In de vijfde een laatste rubriek op het keurbriefje wordt gekeken naar de tekening van de vogel.
De Binsenastrilde heeft nogal wat tekening onderdelen en dus is de kans niet gering dat een en ander niet geheel volgens de standaard is. Bij de Binsenastrilde zien we de volgende tekeningpatronen: masker, stiptekening, borst en flanken, vleugeldektekening en de bovenstaartdekveertekening.
Het masker van de Binsenastrilde dient zo uitgebreid mogelijk te zijn en zo diep mogelijk van kleur. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat het masker bij de poppen wat beperkt is ten opzichte van de mannen en bij de poppen zal de kleur ook iets minder diep rood zijn. De stiptekening loopt van de keel en de wangen via het gepigmenteerde deel van de borst en de flanken naar de bovenstaartdekveren. De stippen moeten regelmatig verdeeld zijn en ze moeten ook gelijkmatig van vorm zijn. Onregelmatige stippen dienen bestraft te worden en dat gebeurd dan naar de ernst van de fout. De stipverdeling aan beide zijde van het lichaam dient evenredig te zijn. Het hebben van tekening op het vleugeldek is prettig, want daar gaat de voorkeur naar uit. Het ontbreken van deze tekening wordt niet als fout aangemerkt. Deze tekening wordt gevormd door een zoom langs iedere veer. Via selectie is dat in te kweken en dat is dan alleen maar een verbetering van de vogel. De kleurafscheiding tussen de buik, borst en flanken wordt gevormd door een scherp afgetekende lijn die regelmatig gebogen is. Kleuren die in elkaar uitvloeien worden als fout aangemerkt en naar evenredigheid bestraft. Op de staart vinden we een puntvormige tekening die tot ongeveer een derde van de staart reikt.

Als alles volgens de standaard is en niet in positieve of negatieve zin opvalt, wordt in deze rubriek 32 punten toegekend. Deze kan net als bij de vorige rubriek worden opgewaardeerd of er kunnen punten in mindering worden gebracht.
Bekijken we de punten van de rubrieken, dan hebben we 27 – 8 – 5 – 17 – 32 punten is een totaal van 89 punten. Vogels die prima van kleur en tekening zijn krijgen natuurlijk een andere beoordeling. Deze zal dan 28 – 8 – 5 – 18 – 33 zijn en dat komt neer op 92 punten. We hebben dan een topper die zeker mee doet om de prijzen. Om een vogel kampioen te maken kan in de rubrieken 1, 2, 4, en 5 een punt extra gegeven worden, waardoor de totaal score voor een dergelijke vogel op 93 punten komt. Dit is zoals bekend het absolute maximum binnen de NBvV.

Ton Koenen


Overname is zonder schriftelijke toestemming NIET toegestaan

Keurbrief Tropen