Bouwen van een volière

Als u eenmaal een besmetting met het vogelvirus hebt opgelopen, dan zult u merken dat de belangstelling voor vogels groeit. Eens zal dan het moment komen dat je zelf vogels wilt gaan houden en dan breekt ook de tijd aan dat de handen uit de mouwen gestoken moeten worden. Er zal dan namelijk een volière gebouwd moeten worden. Voor sommigen zal dit niet opgaan omdat die een ruimte over hebben en daar een aantal kooien of volières plaatsen. Maar de meeste vogelliefhebbers zullen zelf voor een onderkomen moeten zorgen, al dan niet geholpen door een vriend of kennis omdat de bouwkundige kennis bij de liefhebber wat ontbreekt. In dit artikel wordt beschreven hoe een volière gebouwd kan worden. Hierbij is niet gekeken vanuit de kennis en kunde van een beroepsmetselaar en timmerman, maar vanuit het oogpunt van een doe het zelver. De een wat handiger dan de ander, maar als u in staat bent om uw handen te gebruiken dan is het mogelijk om deze volière te bouwen.

Hoe gaan we beginnen.
Het is van belang dat we niet lukraak gaan beginnen met de bouw van een volière. Dit geeft alleen maar narigheid achteraf en dat is juist niet de bedoeling Allereerst is het van belang dat u weet met wat voor vogels u de hobby wilt starten. Dit is omdat met de bouw daar terdege rekening mee gehouden moet worden. Want voor de kweek van kleurkanaries kan een schuurtje met wat vluchten en wat broedkooien al uitkomst bieden. Gaat u parkieten of tropische vogels houden dan dient er een heel ander bouwwerk gemaakt te worden. Vandaar dat u goed moet weten wat voor vogels uw voorkeur hebben. Daarnaast is het van belang wat voor ruimte er binnen de woning beschikbaar is als je daar iets wilt bouwen of wat voor ruimte van de tuin benut kan worden voor de bouw van een volière. Daarnaast is de financiële draagkracht van de liefhebber zeker ook van belang, want duidelijk zal zijn dat hoe groter de volière wordt des te hoger de kosten zullen worden. Van belang is dat je iets maakt naar je eigen draagkracht en dat je jezelf niet gek laat maken door allerlei verhalen van liefhebbers die niet op een euro hoeven te kijken. Voor dit artikel gaan we er vanuit dat we gaan bouwen in de tuin en dat we een volière willen maken voor tropische vogels zodat iedereen kan gaan genieten van een levend schilderij in de tuin. We gaan uit van een nachthok met ruimte voor broedkooien, een binnenvlucht en ruimte voor jonge vogels en een buitenvolière.

Plaatsbepaling.
Vaak zul je als liefhebber gebonden zijn aan een bepaalde plaats binnen de tuin. Hierbij is het van belang dat u rekening houdt met de bewegingen die er binnen de tuin zijn. Waar lopen we altijd heen, waar spelen de kinderen altijd, of waar gooien ze altijd hun fiets neer zijn vragen die u uzelf best mag stellen voordat u tot de plaatsbepaling komt. Bij de volière die we nu gaan bouwen willen we graag ook wat inkijk in de volière hebben, want anders hebben we nog niets aan het levende schilderij dat we gaan maken. Dit houdt dus in dat het wenselijk is dat de voorzijde naar de woning komt te staan. Natuurlijk zijn er ook nog allerlei theorieën aan te dragen waarmee wordt aangegeven welke windstreek het beste is voor de vogels en voor de kweek daarvan. Als u daar rekening mee wilt en kunt houden dan is dat prachtig, maar vaak is men al blij voldoende ruimte gevonden te hebben in de tuin. Als u toch kunt kiezen zou het wenselijk kunnen zijn om de volière zodanig te plaatsen dat de morgenzon er vrij spel op heeft. Als we zo kunnen bouwen dat de middag zon niet steeds voluit op het hok staat te bakken dan hebben we een mooi pluspunt, want door de zon kan de temperatuur met name in het binnenhok behoorlijk oplopen.

Bouwvergunning
Als we de plaats bepaald hebben gaan we na of er voor ons bouwwerk een vergunning nodig is. U kunt dit navragen bij de gemeente en bij de meeste gemeente is dit de afdeling bouw en woningtoezicht. Bekijkt u het liever via internet dan kun u gaan naar de site van je gemeente voor de nodige informatie en deze verwijzen vaak door naar de site van het ministerie. Hier kun u aan de hand van het invullen van een aantal vragen te weten komen of er een verginning noodzakelijk is. Ben u huurder van een huis dan is het ook nog van belang om het huurcontract na te kijken of het toegestaan is om een volière bij de woning te bouwen en of dat kan met de beoogde materialen. Wees hier alert op wat dit kan heel veel narigheid voorkomen. Bespreek ook met uw buren wat je van plan bent te gaan doen. Dit kan voor de toekomst een hoop ruzie en narigheid schelen. Als volièrehouder mag je namelijk naar de vogels luisteren, maar als buur van een volièrehouder moet je naar zijn vogels luisteren. Dit laatste kan best nog wel eens tot irritatie leiden en dat kan grote gevolgen hebben. Mocht het zo zijn dat u een bouw vergunning moet aanvragen dan dient dit te gebeuren door het indienen van een bouwtekening en in veel gevallen wil men ook weten wat voor materialen er gebruikt gaan worden. Wacht vooral geduldig tot er toestemming is en de bouwvergunning is afgegeven want ook dit kan narigheid voorkomen.

We gaan beginnen Van de gemeente hebben we toestemming gekregen voor de bouw van een volière welke bestaat uit een nachthok met als buitenwerkse afmeting 210 x 210 cm opgetrokken van hout. Daaraan een buitenvolière in de afmeting van 300 x 210 cm gemaakt van hout en gaas en alles geplaatst op een stenen fundering. Deze maten zijn bewust zo gekozen omdat hierbij rekening is gehouden met de maatvoering van hout dat in de bouwmarkt verkocht wordt. De meest gangbare lengten die daar verkocht worden zijn 180, 240, 270, 300 cm enz. Hierdoor hebben we zo min mogelijk afval, dat we niet meer kunnen gebruiken. De plaats waar deze volière komt te staan is achterin de tuin met de voorzijde naar de woning, naast het daar staande schuurtje. Doordat daar ook de poort zit waardoor de tuin betreden kan worden dient rekening gehouden te worden met de onrust die dat geeft. (zie figuur 1) Het is verstandig om de volière niet tegen de schutting te plaatsen of om de schutting als achterwand van de volière te gebruiken. Vaak is achter de schutting een brandgang en deze wordt regelmatig gebruikt, ook door kinderen. Iedere keer dat er wat tegen de schutting gegooid of geschopt wordt zal dit een verstoring binnen de volière geven. Daarom is het beter om de volière ongeveer 75 cm van de schutting te houden. Hierdoor ontstaat er een ruimte achter de volière die ook gebruikt kan worden bij het onderhoud. Ook is het mogelijk om daar een regenton te plaatsen, waarin het water van de volière wordt opgevangen, zodat dit in de volière weer gebruikt kan worden als badwater voor de vogels en voor de beplanting.

Fundering. Om te kunnen starten met de bouw zal er eerst een fundering gelegd moeten worden. Dit kan vrij eenvoudig gedaan worden omdat we er geen zwaar gebouw op hoeven te plaatsen. We beginnen met het uitzetten van de volière met nachthok. De maatvoering is wat breder dan de maat van de volière, omdat de fundering wat breder wordt. Dat wil zeggen dat we de vier hoeken van het bouwwerk met palen markeren. Deze palen geven de buitenkant van de fundering aan. Het is handig om hiervoor vierkante stevige palen te gebruiken, die later weer kunnen dienen als profielen voor het metselwerk. Daarna plaatsen we de twee palen die de wand aangeven tussen het nachthok en de buitenvolière. . Nu we de palen hebben geplaatst, gaan we langs deze palen een dun touwtje spannen. Een touw ter dikte van een vliegertouwtje is hier voldoende. We zorgen ervoor dat we het touw strak spannen, omdat we langs dit touw gaan werken. We gaan nu de sleuf graven voor de fundering. Deze maken we ongeveer 20 cm breed en we graven deze 35 cm diep. Dit doen we zowel voor de omtrek al voor de tussenwand van de volière. We proberen de gleuf zo strak mogelijk te graven en als we overal op diepte zijn gooien we er een klein laagje zand onderin, ter dikte van ongeveer 3 a 5 cm. Op dit zand leggen we betonnen opsluitbandjes die te verkrijgen zijn bij de bouwmarkt. Deze zijn 1 meter lang, 15 cm hoog en 6 cm dik. We leggen deze bandje vlak in de gegraven gleuf en zorgen ervoor dat deze precies waterpas liggen. Doordat ze in het zand liggen kunnen ze even met een rubberhamer wordt ingeklopt voor het geval ze niet precies goed liggen. We leggen zo de gleuven vol met deze bandjes en dan hebben we de basis voor de fundering gelegd. Afkorten van de bandjes kan eenvoudig met een haakse slijptol.

Metselwerk. Voordat we de fundering verder op kunnen gaan metselen, gaan we eerst de profielen plaatsen. Dit kunnen dezelfde zijn als die we gebruikt hebben bij de fundering en die dienen nu om de metseldraad aan vast te maken. We zetten deze profielen zo dat als we de metseldraad er langs spannen deze de buitenkant van de muur aangeven. Dit doen we aan alle vier de zijden en ook voor de tussenmuur. Op de vier hoeken zullen de touwtjes een haakse hoek vormen en dit is gelijk de hoek van de volière. We moeten er voor zorgen dat ze goed vast gezet zijn met enkele laten die we schuin vast kunnen maken aan een paaltje dat we daarvoor in de grond hebben geslagen. We moeten de profielen vast zetten om te voorkomen dat we ze scheef trekken met het vastmaken van de metseldraad. Overigens kunnen de profielen pal naast de betonbanden geplaatst worden. Als de profielen goed staan, gaan we de laagmaat aanbrengen op een profiel. De laagmaat is de dikte van de steen plus de voegdikte. Om deze maat te kunnen bepalen leggen we tien stenen plat op elkaar en meten hiervan de hoogte. Deze hoogte delen we door tien en dan hebben we de gemiddelde steen dikte. Hierbij tellen we de voegdikte, dit is 1 cm, op en we hebben de laagmaat voor ons bouwwerk. We zetten de laagmaat uit op een houten lat en brengen deze over op een van de profielen. Dit doen we door de lat langs het profiel te houden en de lijnen over te nemen. Hierbij werken we vanuit een vastpunt en dat noemen we dan het pijl. Dit pijl is een ongeveer gelijk met de hoogte van de tuin en die brengen we waterpas over naar de andere profielen. De laagmaat brengen we nu op dezelfde manier aan als op het profiel van waaruit we begonnen zijn. We zijn nu zover dat we de metseldraad voor de eerst laag kunnen spannen. Als deze is aangebracht gaan we beginnen met het metselen van de stenen. Hierbij moeten we er wel voor zorgen dat de stenen in verband worden gemetseld. Dit wil zeggen dat de opstaande voegen van het metselwerk niet boven elkaar komen. Door de eerste laag te beginnen met een hele steen en de tweede laag met een halve steen, ontstaat een zogenaamd halfsteens verband. De eerste paar lagen zitten in de grond dus er mag even wat mis gaan. Waar we wel op moeten letten is dat we tot aan de metseldraad werken. Dit wil zeggen dat de voorzijde van de steen en de bovenzijde van de steen gelijk zijn met de aangebrachte metseldraad. Let er vooral op dat de draad door de stenen niet naar buiten wordt geduwd, want dan krijg je een kromme muur en dat is niet de bedoeling. (zie figuur 2) We metselen zo verder tot het moment dat we ongeveer 30 cm boven de grond uit komen met de stenen. Op de plaats waar de toegangsdeur tot het nachthok moet komen metselen we niet verder dan tot de hoogte van het maaiveld, dat is de hoogte van de tuin. De mortel of specie die we nodig hebben om mee te metselen kunnen we in kant en klare zakken kopen bij de bouwmarkt. Natuurlijk is het mogelijk om zelf een mengsel te maken en dat is dan 1 deel cement tegen 3 delen zand. Dit goed met elkaar mengen en vochtig maken met water. Maak de specie vooral niet te dun want dan kan deze langs de muur lopen en dat geeft vieze vlekken en dat willen we natuurlijk niet. Voegwerk. Nadat we de lagen gemetseld hebben krabben we een beetje specie weg met bijvoorbeeld een grote spijker. Hierdoor ontstaat er in de voeg ruimte die we later weer op kunnen vullen met voegspecie, maar voor we dat doen moet de metselspecie wel uitgehard zijn. We kunnen alle voegen vullen, maar voldoende is die voegen te doen die boven de grond uit komen omdat we deze kunnen zien. Bij de voegen die onder de grond komen kunnen we altijd even oefenen. Als voegspecie kunnen we hetzelfde gebruiken als waarmee we gemetseld hebben, maar deze moet dan wel een stuk droger zijn. Bij het aanmaken van deze specie moeten we er eigenlijk voor zorgen dat deze net maar vochtig is. Hij is eigenlijk pas echt goed als je van een beetje specie een bal kunt maken. We brengen de voegspecie in de voegen met een voegspijker en we drukken het geheel goed aan. Nadat we een gedeelte gevoegd hebben, borstelen we dat stuk muur af met een harde stoffer en dat gedeelte van de fundering is dan klaar. We borstelen niet met de voegen mee, maar doen dit in een schuine beweging om te voorkomen dat we alles weer uit de voegen vegen. Het is verstandig om de profielen voor het voegen weg te halen, we kunnen dan namelijk bij het gehele metselwerk komen. Vloer. We zijn nu zover dat we verder kunnen gaan met de vloer van het nachthok. Deze willen we van beton maken om zodoende te voorkomen dat er ongedierte in dit verblijf komt. Voordat we beton gaan storten graven we eerst ongeveer 10 cm weg. We maken de grond een beetje glad en leggen hierop een dik stuk plastic. Dit doen we om te voorkomen dat er vocht door de vloer kan trekken, wat later natuurlijk de nodige overlast kan geven. Voordat we het plastic op de plaats leggen zorgen we eerst dat we met de elektriciteit in de volière kunnen komen. We brengen een lichtleiding onder de fundering door en brengen die aan de binnenzijde langs de fundering omhoog, dit op de plaats waar we de aansluiting willen maken. Nadat het plastic is aangebracht storten we het beton voor de vloer. De betonspecie is ook kant-en-klaar te koop maar deze kan ook zelf gemengd worden in de verhouding 1 deel cement tegen 2 delen zand. Daar voegen we wat grind aan toe om de hardheid van de vloer te verhogen. Als u het nodig vindt dan kun u de vloer nog versterken met een betonmat, maar dat is voor zo’n kleine vloer beslist niet noodzakelijk. Deze betonmat wordt in het beton gestort en zorgt voor extra stevigheid. We zorgen ervoor dat de vloer die we storten 10 cm dik is en dat deze precies water pas komt te liggen en gelijk is met de stenen in de deuropening. Natuurlijk proberen we hem zo glad mogelijk af te rijen met een rij. Dit is een rechte stevige houten lat die we gebruiken om de bovenzijde van het beton glad te maken. Als de vloer eenmaal gelegd is laten we deze rustig uitharden. Nachthok. De betonnen vloer is aan het uitharden en we kunnen nu beginnen met de houten schotten die nodig zijn voor het nachthok. Deze kunnen we elders in de tuin maken, zodat we niet hoeven te wachten tot de vloer is uitgehard. We beginnen met het maken van hert frame waarop de rabatdelen vastgemaakt moeten worden. Als boven en onder ligger nemen we een lengte van 210 cm. Daartussen doen we een viertal staanders met een lengte van 210 en 180 cm. Aan de zijde van de buiten ren gebruiken we een staander van 210 cm en aan de achterzijde een staander van 180 cm. Deze kunnen we met allerlei moeilijke houtverbindingen aan elkaar maken, maar het kan ook simpelweg met een lange schroef en wat lijm met een vullend vermogen. De standers en liggers maken we van houten balkjes van ongeveer 6 cm in het vierkant. We leggen de onderligger op een vlakke ondergrond. Leggen daartegen, gelijk met de uiteinden, twee staanders. We zagen deze dan wel iets schuin af, om zodoende een goede aansluiting te krijgen aan de bovenligger. We boren het schroefgat in de ligger voor en brengen dan de lijm aan tussen de staander en de ligger en draaien er vervolgens een schroef in. De lijm die er tussen uit komt halen we natuurlijk weg. Als de twee buitenste staanders aan de onderligger zijn vastgeschroefd, schroeven we de bovenligger op dezelfde manier vast aan de staanders. De ruimte tussen de twee staanders meten we op en delen deze door drie. Hierdoor weten we waar we de andere staanders moeten plaatsen. Deze staander plaatsen we op dezelfde manier en als dat we zojuist gedaan hebben. Zorg er wel voor dat de frame precies haaks is. We gaan nu de rabatdelen op het frame schroeven. We gebruiken rabatdelen van 210 cm lang en als u het goed gedaan heeft dan komen de uiteinden precies gelijk met de buitenste staanders. Aan de rabatdelen zitten een groef en een messing die precies in elkaar passen. Om te voorkomen dat we snel te maken krijgen met rotting van de rabatdelen, smeren we de groef en messing in met dezelfde dekkende buitenbeits die we voor het nachthok gaan gebruiken. We hoeven de beits niet te laten drogen, maar we kunnen zo de rabatdelen in elkaar schuiven en vastschroeven. Mijn voorkeur gaat uit naar schroeven omdat dit een betere bevestiging geeft dan met spijkers. Spijkers kunnen namelijk bij werking van de rabatdelen uit het hout gaan en dat willen we natuurlijk niet. De rabatdelen worden aan iedere staander vastgeschroefd. We beginnen met schroeven aan de onderzijde en daar houden we de rabatdelen gelijk met de ligger. De groef van de rabatdelen zit aan de onderkant, dit om te voorkomen dat er water tussen kan komen te staan. Aan de bovenzijde zagen we de rabatdelen gelijk met de bovenligger en we hebben dan gelijk de schuine afloop van het dak. Aan de bovenzijde maken we ook nog een kleine opening voor een rooster. Aan de buitenzijde schroeven we gelijk een ijzeren roosterplaatje op de wand. Op dezelfde manier maken we het schot voor de deurzijde.. Hierbij gebruiken we wel de onderligger, maar we zorgen ervoor dat de staanders gelijk zitten met de opening die we voor de deur hebben gelaten. Dit is een opening van ongeveer 90 cm. Ook dit schot moet de afloop hebben voor het water. De rabatdelen van dit schot worden alleen op het voorste en achterste gedeelte geschroefd. De deuropening laten we in zijn geheel open. Als deze schotten klaar zijn kunnen we beginnen met het schot dat aan de buitenren grenst. Bij dit schot moeten we rekening houden met een raam dat daarin aangebracht moet worden, maar ook het invlieggat vanuit de buitenren. De constructie van het frame is precies hetzelfde, alleen moeten we goed nadenken wat we doen omdat er anders fouten op kunnen treden. De liggers voor dit schot zijn namelijk geen 210 cm lang, maar deze moeten ingekort worden met tweemaal de dikte van de staanders. Het schot dat we nu gaan maken komt namelijk tussen de twee schotten in die we al klaar hebben. Zoals gezegd moeten we ook rekening houden met het raam. Daarom is het van belang dat we de ruit, bij voorkeur van dubbelglas, al in ons bezet hebben zodat we de juiste maat kunnen nemen en kunnen we het frame voor de ruit van de regels maken en vast maken aan de andere regels. De rabatdelen die we aanbrengen op dit frame zijn wel 210 cm lang. Deze laten we aan weerszijde de dikte van de staander oversteken. Op de plaats waar de ruit moet komen brengen we geen rabatdelen aan. Na dit schot maken we het laatst schot en dat is weer een geheel dicht schot wat op dezelfde wijze wordt gemaakt als zojuist omschreven. Hier hoeven we alleen maar rekening te houden met de oversteek van de rabatdelen. Als ook dit schot klaar is, kunnen we gaan monteren. Montage. Voordat we het nachthok gaan monteren, smeren we de onderkanten van de schotten goed in met dezelfde buitenbeits. Ook het schot dat tegen de afscheiding van de buren komt te staan wordt op dezelfde manier behandeld. Dit mogen gerust enkele lagen zijn, want daar kunnen we nooit meer bij komen. Ook brengen we vast een eerste laag aan op de rabatdelen en dan met name aan de buitenzijde. Als alles goed droog is gaan we beginnen met het monteren. We beginnen met het achterste schot, dit gezien van de voordeur. Deze plaatsen we op de fundering en zetten hem met enkele latten provisorisch vast zodat hij niet meer kan vallen. Zorg ervoor dat de latten aan een tussen staander worden vastgemaakt, anders hebben we daar last van met de montage. We nemen nu het rechterschot en zetten dat ook op zijn plaats en schuiven dat nu tegen het al staande schot aan. We schuiven ze zodanig tegen elkaar dat de staanders tegen elkaar zitten. Nu is het kijken of alles goed zit en dan kunnen we deze twee schotten aan elkaar schroeven. Dit doen we door de rabatdelen van het rechterschot op een aantal plaatsen vast te schroeven aan het achterste schot. Door het op deze manier te doen kunnen we de volière altijd weer uit elkaar halen en naar elders verhuizen. Als u er zeker van bent dat er geen verhuizing meer voor de deur kan staan dan kunnen de staanders ook aan elkaar worden geschroefd, maar beslist nodig is dat niet. We zien nu dat we een gedeelte missen. Dit is namelijk het gedeelte waar de zogenaamde kopse kanten van de rabatdelen bij elkaar komen. Dit is gelijk het zwakste gedeelte. Hier kan de regen gemakkelijk in het hout dringen en dat willen we voorkomen. Door dit hoekje enkele malen goed in te smeren met beits en hierin een vierkant latje ter dikte van de rabatdelen te monteren, kunnen we een hoop problemen voorkomen Natuurlijk moet dit latje ook goed in de beits gezet worden. ( zie figuur 3) Vervolgens plaatsen we op dezelfde manier het schot met daarin de deuropening en tot slot wordt het schot aangebracht dat aan de buitenren grenst Zo nu hebben we al een duidelijk beeld hoe het nachthok eruit gaat zien. De wanden staan nu, maar ze staan nog steeds los en dat is natuurlijk niet de bedoeling. We gaan de wanden vast zetten met een aantal spijkerpluggen, tenminste drie per zijde. Deze spijkerpluggen zijn te koop in de bouwmarkt en kunnen vrij gemakkelijk worden aangebracht. Door de onderligger boort u een gat, zo groot als aangegeven bij de maat pluggen. Eenzelfde gat boort u in de stenen en dat doet u door het gat dat al in de ligger zit. Steek vervolgens de plug in het gat en sla hem er met een hamer helemaal in. Als alle pluggen er in zitten staan de wanden muurvast verankerd aan de fundering en wordt het tijd om het dak erop te gaan maken. Bent u voornemens om nog eens te gaan verhuizen dan kunnen de wanden ook met beugels aan de fundering vastgezet worden. Deze worden dan op de wanden geschroefd en in pluggen die in de fundering zijn aangebracht.

Montage dak. Zover we nu zijn is het dak nog een grote open ruimte, maar daar moet verandering in komen. Eerst gaan we zorgen voor wat steun voor de dakplaten. Dit doen we door drie balken te plaatsen tussen de voor en de achterwand, dit gezien vanaf de deurzijde. We brengen deze balken strak tussen de schotten aan en schroeven en lijmen deze vast op de manier zoals we het frame hebben gemaakt. De eerste balk wordt in het midden geplaatst en de anderen links en rechts van het midden en dan ook weer in het midden van de nog resterende ruimte. We brengen deze balken iets schuin aan zodat ze gelijk lopen met de bovenliggers van deze wanden. Natuurlijk kan er ook gebruik gemaakt worden van metalen balksteunen. De balken dienen ongeveer 10 x 6 cm te zijn, wat voldoende sterk is voor deze overspanning.. Als we dit gedaan hebben schroeven we twee platen underlayment op het dak. Dit zijn watervast verlijmde platen die veel als dakbeschot worden gebruikt. Er zijn verschillende dikten te verkrijgen, maar voor dit doel hebben we een dikte nodig van 1,8 cm. Deze platen zijn 122 x 244 cm groot en als we twee platen gebruiken hebben we rondom een oversteek van 15 cm. Het dak kan nu verder worden afgewerkt met asfaltpapier of een andere dakbedekking naar keuze. Dit kan ook het moment zijn om er gelijk een gootje aan te hangen zodat het regenwater kan worden afgevoerd. Als dat er op zit kunnen we rustig binnen in het nachthok gaan werken en hoeven we niet bang te zijn voor doorlekken. Afwerking binnenzijde. We kunnen nu binnen aan de slag en daar gaan we beginnen met het aanbrengen van isolatie materiaal. Hiervoor zijn er verschillende mogelijkheden, maar niet alles is even geschikt voor ons doel. We hebben glaswol, steenwol en tempex dat allemaal te koop is bij de bouwmarkt. Op de verpakking is de isolatiewaarde te vinden en daarbij kunt u voor uzelf een keus maken. Uit ervaring weet ik dat tempex een speeltuin kan zijn voor muizen, als ze het tenminste voor elkaar krijgen om erbij te komen. Zeg niet dat dit nooit lukt, want eens kunt u bedrogen uit komen. Als u een keuze gemaakt heeft voor het isolatiemateriaal, wordt dit aangebracht tussen de staanders. Zorg ervoor dat het goed aansluit, want alle loze ruimten is verlies van warmte. Op de verpakking staat precies welke zijde aan de buitenzijde van het hok moet zitten. Als het isolatiemateriaal is aangebracht dan kunnen we de wanden verder gaan afwerken. Hiervoor kunnen verschillende materialen worden gebruikt, maar platen werken het snelste en geven de minste naden en dus minder kans op bloedluizen. Een van de plaatmaterialen is geplastificeerd spaanplaat. Dit is spaanplaat dat aan twee zijden is voorzien van een witte laag kunststof. Het is in verschillende dikten te verkrijgen, maar voor ons doel is een dikte van 1 cm voldoende. Nadeel is dat bij regelmatig in aanraking komen met vocht de platen uit kunnen zetten. Een groot voordeel is dat het heel makkelijk schoon te maken is en dat het geen nabewerking nodig heeft. Een andere mogelijkheid is de underlaymentplaat maar dan nu in de dikte van 1 cm. Voordeel is de watervaste verlijming. Nadeel is dat de platen nabewerkt moeten worden, zoals tweemaal gronden en daarna aflakken. Dit geeft natuurlijk bijkomende verfkosten. Het is maar waarvoor gekozen wordt. Voordat we de platen gaan bevestigen moeten we eerst latten aan brengen waarop we de platen kunnen schroeven. Hiervoor gebruiken we zogenaamd vulhout, dit zijn latten van 44 x 22 mm. Deze maken we aan de boven en onderligger vast met een schroef. We beginnen in een hoek en monteren daar een lat. De volgende lat komt op 122 cm vanaf de hoek te zitten. Deze 122 cm moet dan uitkomen op het hart van de regel, daarmee bereiken we dat we twee platen tegen elkaar kunnen maken met daarachter een lat. In de ruimte die overblijft monteren we nog twee latten die we gelijkelijk verdelen. Als alle laten zijn aangebracht, kunnen we de platen erop gaan schroeven. We kunnen een hele plaat gebruiken, die een breedte heeft van 122 cm en de andere plaat moet op maat gemaakt worden. Voordat we de platen tegen elkaar aandrukken, -het liefst de zijden die op de fabriek gezaagd zijn - brengen we op een van de zijkanten een kit aan en dan drukken we de platen stevig tegen elkaar aan. Hierdoor hebben we weer wat minder ruimte voor mogelijke bloedluizen in ons hok. Natuurlijk wordt de overtollige kit weggehaald. Als alle wanden, met uitzondering van de ruimte voor de deur en het raam, voorzien zijn van isolatie en platen, kunnen we de ruit gaan plaatsen. Dit doen we door aan de buitenzijde eerst de glaslatten te plaatsen. Zorg ervoor dat er geen naden ontstaan, want dit kan leiden tot houtrot. Er kan eventueel ook kit achter de glaslatten gedaan worden zodat eventuele oneffenheden opgevuld worden. Als de glaslatten geplaatst zijn worden deze goed in de kit gezet en wordt de ruit van binnenuit in de kit gedrukt, waarna er aan de binnenzijde ook glaslaten achter de ruit gemonteerd worden. Ook aan de binnenzijde wordt ook gebruikt gemaakt van kit. De glaslatten kunnen we schroeven of spijkeren. Schroeven zijn bij een eventuele ruitbreuk wat makkelijker te verwijderen. Al dient er wel bij gezegd te worden dat de kans op ruitbreuk heel klein is, maar bedenk wel dat een ongeluk in een klein hoekje kan zitten. Nu de ruit naar de buitenren erin zit gaan we verder met het afwerken van het deurkozijn.

Deurkozijn. We hebben bij het maken van de schotten een ruimte open gelaten. Deze hadden we ruimer gelaten dan de deur breed zal worden. De ruimte hebben we op 90 cm gehouden en de deur die er in gaat is 83 cm breed. We hebben dus een ruimte over van 7 cm, maar dat is bewust gedaan en u zult zo merken waarom. Voordat we veder gaan kijken we eerst even naar de stijl en de rabatdelen in de ruimte waarin de deur moet komen. Dan valt gelijk op dat we de kopse kanten van de rabatdelen zien. Ik heb al eerder aangegeven dat dit een zwak punt is en dat gaan we nu eerst wegwerken. Dit kunnen we eenvoudig doen door een regel hout te nemen met een dikte van 3,2 cm en een breedte van de regel plus de dikte van de rabatdelen en de dikte van de afwerkplaat binnen. Deze lijmen en schroeven we tegen de zijkanten van het deurkozijn enwel aan beide zijden. Van te voren kunnen we de regels en het kopse hout insmeren met de buitenbeits. Het kopse hout is niet meer te zien en we hebben gelijk een nette afwerking voor het kozijn. De breedte van het kozijn is nu teruggebracht tot 83,6 cm. Hierin kunnen we nu de deur afhangen, dit wil niets anders zeggen dan dat we de schanieren aan de deur gaan maken. Voordat we de deur af gaan hangen passen we eerst of de deur er in past. Hij moet namelijk soepel in het kozijn gaan. Is dit het geval dan kunnen we de scharnieren in gaan laten in de deur. Omdat we in de deur ook dubbel glas willen doe ik zelf het liefste vier scharnieren aan de deur. We plaatsen een scharnier ongeveer 20 cm van de onderkant af en dat zelfde doen we vanaf de bovenzijde. Het derde schanier plaatsen we in het midden tussen de twee genoemde schanieren. Het vierde scharnier plaatsen we ongeveer 15 cm onder het bovenste scharnier. De schanieren worden ingelaten in de deur en in het kozijn. Hiermee bedoel ik dat we de dikte van het scharnierblad uit gaan steken in de deur en in het kozijn. Door het schanier goed af te tekenen is het eenvoudig uit te steken met een scherpe steekbeitel. Zorg ervoor dat de scharnierblad er precies in past. We halen de pen uit het scharnier en schroeven een deel in de deur en het andere deel in het kozijn. Als we dit met alle scharnieren gedaan hebben kunnen we de deur aan de scharnieren hangen. Als we precies gewerkt hebben kunnen we de scharnieren zo in elkaar schuiven en de pennen er in doen. Vertrouwt u niet helemaal op je vakmanschap dan kun u de scharnieren in eerste instantie met de middelste schroef vastzetten en na het plaatsen van de pennen de rest van de schroeven aanbrengen. We kunnen daarna het slot gaan plaatsen in het voorgeboorde gat en de gaten gaan afmeten en maken voor de deurkruk en voor het sleutelgat. De maten kunnen van het slot worden afgenomen. Nadat dit allemaal gemaakt is kan dit worden afgemonteerd. Om één en ander wat te beveiligen kunnen we naast een goed sterrenslot ook nog enkele dievenklauwen aan de scharnierzijde plaatsen zodat we het onze ongenode gasten toch moeilijker maken om binnen te komen. Als we het nu goed gedaan hebben dan zit de deur gelijk met de voorzijde van het gemaakte kozijn. We brengen nu boven de deur een zelfde regel aan als we aan de zijkanten hebben gemonteerd. Nu moeten we nog de sponning in het kozijn maken en dat gaan we heel simpel oplossen. We doen de deur namelijk dicht en op slot en we meten aan de binnenzijde de afstand van de deur tot de rand van het kozijn. We nemen nu een houten lat in die maat en we zorgen dat deze lat ongeveer 1,5 cm dik is. Deze lat lijmen en schroeven we nu aan de binnenzijde achter de deur, aan beide lange zijden en aan de bovenzijde. Hiermee hebben we de deur in een stevig en eenvoudig kozijn zitten. We zijn nu zover dat we de ruit in de deur kunnen plaatsen en een rooster in de onderzijde van de deur kunnen maken. Hierdoor komen er rooster in twee wanden die tegenover elkaar zitten, waarbij een rooster hoog in de wand is geplaatst en in de andere wand laag. Hierdoor komt er voldoende luchtcirculatie in het hok, waardoor het altijd fris zal blijven met een gezonde lucht in het hok wat weer in het belang is van de vogels. De schroefkoppen kunnen weg geplamuurd worden en de deur en het kozijn kunnen aan de buitenzijde gebeitst worden en aan de binnen zijde geverfd. Nu dit klaar is kunnen we de zaak binnen verder af gaan werken.

Plafond. Nu is het tijd om het plafond aanbrengen. Dit doen we eigenlijk op dezelfde manier dan dat we bij de wanden hebben gedaan. Hier moeten we wel eerst het vulhout plaatsen en dan pas het isolatiemateriaal. Dit isolatiemateriaal komt namelijk op het vulhout te rusten. Nadat het isolatiemateriaal is aangebracht worden de platen voor het plafond erin geschroefd, een klusje waar je even wat extra handen bij nodig hebt.

Broedkooien. De plaats van de broedkooien is aangegeven in figuur 1. We gaan broedkooien maken van 60 cm breed, 30 cm diep en 40 cm hoog. We gaan deze maken van wit geplastificeerde meubelpanelen. Dit is hetzelfde materiaal als de wanden met als enige verschil dat deze rondom zijn voorzien van een witte kunststof laag. Deze panelen zijn 18 mm dik en daarmee moeten we rekening houden met het op maat maken van de panelen. Bij het maken van de broedkooien maken we gebruik van de zijwand, omdat we er anders weer een wandje voor zouden moeten zetten en daardoor zouden we weer meer schuilgelegenheid kunnen bieden aan de nodige luizen. We beginnen met het maken van het frame waarop we de broedkooien plaatsen. We berekenen eerst de hoogte van de broedkooien en meten dit vanaf de bovenzijde, houdt wel rekening met de schuinte van het dak. We weten dan hoe hoog we het frame moet worden. Dit frame maken we van houten regels, dezelfde als waar we het hok van hebben gebouwd. Onder dit frame maken we een viertal pootjes en we plaatsen hem op de plaats waar de broedkooien komen. Alvorens we nu de broedkooien gaan maken, zagen we eerst wat onderdelen op maat. Dit zijn met name de liggende panelen en de panelen die in het midden komen. De liggende panelen zijn 2 maal 60 plus 1 maal de paneeldikte lang, dus 122 cm. Precies in het midden van de lengte, dus op 61 cm worden twee gaten geboord, eenmaal 5 cm vanaf de voorzijde en hetzelfde vanaf de achterzijde. Dit is de plaats waar de tussenpanelen komen te staan. Deze tussen panelen zagen we ook op maat. We beginnen nu met onderop het frame een ligger te plaatsen. In de gaatjes in de ligger plaatsen we een hulpmiddel, namelijk een centerpunt die we samen met de deuveltjes kunnen kopen bij de bouwmarkt. We zetten nu het tussen paneel precies in het midden en haaks op de voorzijde en drukken het aan. We zullen nu zien dat er gaatjes zitten op de plaats waar de gaten in de tussen panelen moeten komen. U boord daarin de gaatjes. Hetzelfde werkt u met de kopzijde van de ligger die in de zijwand komt. Hier boord u eerst de gaatjes in de ligger en dan plaatst u het hulpstuk. U duwt de ligger tegen de wand en zodoende weet u waar u de gaten moet boren. Nadat u de gaatjes geboord heeft, worden de deuvels geplaatst met lijn en doet u aan de zijkanten op de plaats waar de naden komen eveneens voldoende lijn. U duwt de ligger tegen de zijwant, de deuvels vallen in de geboorde gaten, en u haalt gelijk de overtollige houtlijm weg. Vervolgens plaats u het tussen paneel op dezelfde manier. We zijn dan al weer toe aan de volgende ligger en daarbij gebruiken we een extra midden paneel. Dit zetten we namelijk los tegen de wand en laten daar de ligger op rusten. U duwt het hulpmiddel tegen de zijwand en op precies de goede plaats zitten de inkepingen om te boren en hebt u een broedkooi die waterpas is. U legt de ligger op het middenpaneel, zet deze waterpas en schroeft de ligger vast aan op het middenpaneel wat er onder zit. Op deze manier gaan we verder totdat we alle vier de lagen met broedkooien zo hebben gemaakt. U zult dan zien dat we nog geen linkerzijkant hebben in de broedkooien. Hiervoor is bewust gekozen om zo de niet mooie kopse kanten van de liggers weg te werken. We meten nu de linkerzijkant op en maken deze op maat. Deze zetten we met schroeven en lijn vast aan de liggers en we hebben dan een net afgewerkt blok met 8 broedkooien. Let er wel op dat de liggers aan de linkerzijde niet naar beneden zijn gaan hangen. Is dit wel het geval, geef ze dan wat steun met een lat zodat ze waterpas zitten en schroef hem dan vast. We gaan de kooien nu verder afwerken en dat doen we door aan de bovenkant een latje van 2 cm breed en 1 cm dik te maken. We meten dan 30 cm naar beneden, dit is de breedte van het voorfront, en plaatsen daar ook een latje van 2 cm tussen de zijwanden. Hiertussen kunnen we dan het voorfront vast maken. Dit kan op meerdere manieren gedaan worden. Van belang hierbij is dat het een systeem is waarmee u makkelijk kunt werken ook bij het schoonmaken van de kooien. We hebben dan nog 6 cm over en dat is de hoogte van het front van de zandlade. Het kan natuurlijk ook een front zijn zonder lade, het is maar hoe u er naar kijkt. De ene liefhebber werkt namelijk graag met zandladen en de andere heeft liever een vaste bodem en krabt zijn broedkooien liever schoon. Mocht u kiezen voor een zandlade, laat deze dan schuiven over een tweetal latjes van ongeveer 5 mm dikte die u aan de onderkant op de lade lijmt. Hiermee wordt voorkomen dat de gehele zandlade over de bodem van de broedkooi schuift. Hiermee bereikt u dat een en ander iets soepeler loopt en dat u minder last hebt van het zand en het zaad wat eventueel onder de zandlade terecht is gekomen. Als u de latjes gelijk maakt met de onderkant van de voorkant van de lade dan ziet u er aan de buitenzijde niets van.

Binnen vluchten We zijn nu zover dat we de rekken kunnen gaan maken in het nachthok. We beginnen met het onderste rennetje aan de voorkant van het hok. We meten de hoogte op en maken dit rek 122 cm breed. Dit rek gaan we maken van regels van ongeveer 3x3 cm en deze kunnen we op dezelfde manier maken als we gedaan hebben voor de wanden van het nachthok. Dus met schroeven en lijm. Als het rek in elkaar staat dan kunnen we het op de plaats zetten waar het moet komen en meten dan de ruimte die overblijft tussen het plafond en de bovenzijde van het gemaakte rek. Omdat we tussen deze twee hokken ook een vloer hebben, trekken we de dikte van de vloer, 18 mm, van deze maat af. Ook dit rek maken we 122 cm breed. In beide rekken maken we ruimte voor een deurtje. Dit deurtje zetten we ongeveer in het midden van het rek en een breedte van 50 a 55 cm voor een deurtje is voldoende. Als de rekken klaar zijn zetten we deze in de verf of beits, of u moet er voor kiezen om de houtkleur te laten. Vervolgens gaan we de deurtjes maken en die maken we ongeveer 1 cm smaller en lager dan de ruimte die we er voor gelaten hebben. Aan een zijde van het deurtje worden twee schaniertjes gemaakt en aan de andere kant een sluiting. De rekken zijn nu helemaal af en kunnen deze gaan bespannen met gaas, bij voorkeur aan de zijde waar de vogels zitten. Hierdoor is de kans minder klein dat je met je kleding aan het gaas blijft hangen. Let er wel op dat er geen puntjes aan het gaas zitten waar aan de vogels zich kunnen verwonden of met hun pootring achter blijven hangen. Op dezelfde manier gaan we nu het rek maken dat vanaf de broedkooien naar de voorzijde loopt. Let er hierbij wel op dat we de bovenzijde mee laten lopen met de schuinte van het plafond. We maken dit rek tegen de zijkant van de broedkooien en daar moeten we met de maat dus rekening mee houden. Ook in dit rek moet een deur komen en deze maken we 60 cm breed. De hoogte kunt u zelf bepalen zodat u voor uzelf de makkelijkste hoogte kunt kiezen. Zodra de rekken voorzien zijn van gaas, kunnen ze geplaatst worden in het nachthok. We zetten eerst het grote rek van de voorzijde naar de broedkooien. Daarna plaatsen we het onderste rek aan de voorzijde en leggen daar de bodem op. Voor de bodem gebruiken we underlaymentplaat in de maat van 61 x 122 cm met een dikte van 18 mm, die kant-en-klaar te koop zijn in de bouwmarkt. We schuiven alles tegen elkaar aan en kijken of het goed past. We maken de onderdelen nu met schroeven aan elkaar vast. Als dit gedaan is plaatsen we het bovenste rek en maken dat even eens vast. We hebben nu de binnen hokken ook klaar.

Buitenvolière. Het frame voor de buitenvolière maken we eigenlijk op dezelfde manier als dat we dat gedaan hebben bij het nachthok. We maken deze ook van dezelfde houten regels als die we gebruikt hebben voor het nachthok. We maken een voorzijde en achterzijde van 300 x 180 cm en een kopzijde van 210 x 180 cm. Vervolgens maken we het dak van 306 x 210 cm. Hier hebben we eenmaal de houtdikte van de regel bij moeten tellen. We zetten deze ook met voldoende lijn en schroeven in elkaar. We kunnen nu ook gaan bepalen in welke zijde we het deurtje gaan plaatsen. Dit kan in de voor of zijkant zijn. Maak dit deurtje niet groter dan 140 cm hoog bij 60 cm breed, dit om te voorkomen dat de vogels langs u heen de volière uitvliegen. Maak het deurtje zo dat u niet gelijk in de vlucht richting nachthok komt te staan. Op het moment dat je de volière binnen komt, zullen de vogels een veilig heen komen zoeken en dat is vaak richting nachthok. Zorg er dus voor dat dit kan zonder dat u gelijk in die lijn komt te staan. Als de frames klaar zijn zetten we ze goed in dezelfde beits als die we gebruikt hebben voor het nachthok. Er kunnen gerust enkele lagen worden aangebracht. Als de frames droog zijn, dan kunnen we ze bespannen met gaas. Breng dit gaas bij voorkeur aan de binnenzijde aan. Het gaas kan worden vastgezet met kleine krammen of met nietjes. Zorg er wel voor dat het gaas er zo strak mogelijk op komt te zitten, want dit maakt het gezicht op de vogels alleen maar mooier. Als we dit gedaan hebben zetten we de zijkanten van de buitenvolière op de fundering, waarbij het kopeinde tegen de voor- en achterkant geschroefd worden. Ook schroeven we deze vast aan het nachthok. Hierna leggen we de bovenzijde op de zijkanten en schroeven deze aan elkaar vast. We zijn nu zover dat de gehele volière staat en dat geeft een tevreden gevoel, al moeten we hem nog wel vast maken aan de fundering. Dit kan op dezelfde manier als we gedaan hebben bij het nachthok.

Afwerking. Alvorens we de vogels kunnen ontvangen in ons fraaie nieuwe hok, moeten we nog zorgen voor de nodige afwerking. We gaan daarvoor weer binnen beginnen. We maken in de vluchten die we gemaakt hebben een aantal zitstokken voor de vogels. De voorfronten voor de broedkooien worden erin gemaakt. Hiervoor zijn verschillende methoden te gebruiken. Dit kan door het foorfront te plaatsen in een boven- en onder geleider, maar het kan ook met enkele haakjes vastgezet worden. Het maakt niet uit welke methode u gebruikt, als u er maar voor zorgt dat de fronten goed vast zitten en dat ze ook gemakkelijk er weer uitgenomen kunnen worden. Dit is namelijk van belang voor de grote schoonmaak aan het einde van het kweekseizoen. Wilt u het helemaal mooi maken dan legt u tegels op de vloer van het gedeelte waar u staat om de vogels te kunnen zien en te verzorgen. Deze kunt u met lijm vast zetten aan de vloer en na droging afvoegen. Dit is niet alleen mooi, maar zeker ook nuttig. Een betonnen vloer blijft namelijk lang stof af geven en dat ben je met wat tegels helemaal kwijt en het maakt natuurlijk gemakkelijk schoon.

Verlichting. Nu is het ook de tijd om de verlichting in het hok te brengen. Hebben we zelf daar niet zo veel verstand van, dan dienen we iemand te zoeken die dat wel heeft. Binnen de vereniging bijvoorbeeld is meestal wel iemand te vinden die weet hoe deze klus geklaard moet worden. Van belang is in ieder geval dat de elektriciteit van de meterkast in het hok komt. In het hok zullen dan wat lampen aangelegd moeten worden, die gaan werken op een schakel klok. We kunnen een klok nemen die zelf de verlichting dimt, maar daar zijn vaak gloeilampen voor nodig. Die zijn er nu nog wel, maar in de toekomst worden deze verboden. Zorg voor voldoende licht in het hok. Dit geldt ook voor de broedkooien en dus ook de onderste kooien. Dit kunnen we bereiken met twee TL lampen. We zouden er een aan het plafond kunnen monteren en een andere verticaal tegen de wand monteren. Deze laatste dan zo plaatsen dat het licht ook in de broedkooien komt. Hierbij zouden we een kleinere lamp kunnen gebruiken met een licht opbrengst van een watt of 7, die dienst doet als schemerlichting. Plaats zowel de hoofdverlichting als het schemerlicht achter een schakelklok en u bent klaar. Dit kan ook met de goedkopere schakelklokken die bij de bouwmarkt gekocht kunnen worden. Schakel de klokken zo dat ze elkaar iets overlappen en de verlichting is voor de vogels zoals hij wezen moet. Als u niet weet hoe een lamp aan te sluiten begin er dan niet aan en laat dat door een ander doen. Dit kan een hoop problemen voorkomen.

Inrichting buitenvolière. Voor de soort vogels waar deze volière voor bedoeld is, is het van belang dat er enkele struikjes in komen te staan. Dit hoeven geen mooie strakke struiken te zijn, maar ze mogen ook best wat krom zijn. U kunt dus eigenlijk alles zo maken als u zelf wilt. Zorg er echter wel voor dat u zelf door de volière kunt lopen voor het onderhoud en de nestcontrole. Ook van belang is dat er struiken geplaatst worden die niet giftig zijn voor de vogels. Hierover kan een tuincentrum u zeker informeren. Vaak voorkomende struiken in de volière zijn: brem, liguster, diverse coniferen, vlier, buxus en heide. Dit is natuurlijk maar een bescheiden aantal, maar het aanbod is vele malen groter. Een bezoek aan een tuincentrum zal u zeker meer inzicht geven in de mogelijkheden die er zijn. Naast de beplanting kan er nog een kleine ondiepe vijver in gemaakt worden. Deze kan gemaakt worden van beton, waaronder u een stuk plastic legt. Door de beton zullen de nagels van de vogels niet snel te lang worden, toch weer een bijkomend voordeel. Ook is het mogelijk om een moerasgedeelte in de volière te maken. Hiertoe graaft een gedeelte uit. Een gedeelte van 80x50 cm is meer dan voldoende. U graaft dit ongeveer 15 cm diep uit en leg in dit gat een stuk folie. Vul het gat verder op met goede aarde en zet er een aantal moerasplantjes in. Maak het geheel goed nat met bijvoorkeur regen water. Er mag zoveel water in dat u het net kunt zien staan. Zorg er voor dat dit gedeelte altijd goed nat blijft. De planten zullen het dan goed doen en kleine insecten zullen er hun eitjes in leggen. Voor de vogels is dit een prachtig gebeid om op zoek te gaan naar eten en het geeft ook de nodige afleiding voor ze. U ziet het mogelijkheden genoeg om u lekker uit te leven om zodoende een prachtig stukje natuur in je tuin te creëren.

Nu we dit allemaal gedaan hebben is de volière klaar om de vogels te ontvangen. Mocht deze volière te groot zijn voor uw tuin, dan kunt u ook alleen het nachthok plaatsen. Ook dit geeft namelijk ruimte genoeg om met een aantal koppels te kweken en deze in de vluchten te huisvesten.

Het was even wat werk, maar het resultaat zal heel veel verzachten, zeker op de momenten dat u lekker zittend in de tuin van uw vogels kunt genieten. U weet het al, maar de mensen die bij u in de tuin op bezoek zijn zullen dan ook merken dat vogels houden een prachtige hobby is.

Geschreven door: Ton Koenen