Door de ogen van de keurmeester ~ Japanse meeuw

Ditmaal gaan we het hebben over een vogel die in de natuur niet voorkomt. Deze vogelsoort is namelijk een kweekproduct van de mens. Vele generaties is men bezig geweest om deze vogel te verfraaien. De vogel heet Japanse meeuw maar het zijn de Chinezen die met de ontwikkeling van deze vogels zijn begonnen, waarna de Japanners het hebben overgenomen en de soort gebracht hebben tot wat hij nu is.

Een van de voorouders is de Spitstaartbronzenman, een lid van de lonchura familie. Deze familie omvat onder andere alle nonnensoorten. Het gaat in het kader van dit artikel te ver om verder op deze hele grote familie in te gaan.
De Spitstaartbronzenman wilde ik wel even noemen omdat van deze vogel best wel veel terug te vinden in de Japanse meeuw. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de buiktekening en het masker van deze vogel.
Omdat we hier te maken hebben met een kweekproduct bestaat er natuurlijk ook geen wildkleur. Algemeen wordt er vanuit gegaan dat de zwartbruine Japanse meeuw als de wildkleur wordt beschouwd.
Dit is de kleurslag die ik dan ook wilde bespreken aan de hand van het keurbriefje en daar gelijk enkele praktische tips mee bij geven hoe te komen tot een aanvaardbare tentoonstellingsvogel.

De Japanse meeuw is een vogel die binnen onze vereniging niet veel op tentoonstellingsniveau wordt gekweekt. Mogelijk dat ze wel gebruikt worden voor de kweek van duurdere of minder goed broedende vogels. Zij worden dan gebruikt als pleegouders. Ze mogen dus de eieren uitbroeden en de jongen groot brengen. Hiervoor zijn deze vogels al heel veel gebruikt en dit is iets wat nog steeds gebeurt. Eigenlijk is het niet meer nodig om de Japanse meeuwen hiervoor te gebruiken omdat de soorten tropisch vogels waarvoor ze hoofdzakelijk gebruikt werden, zodanig zijn ingeburgerd en gekweekt dat dit dus overbodig is.
Ik dit artikel wil ik alleen stilstaan bij de soort op zich en dan met name bij de kleurslag zwartbruin, de kleur die regelmatig te zien is op de grotere tentoonstellingen.
Omdat deze vogel bij ons op de tentoonstelling niet regelmatig aanwezig is, wil ik hem toch even kort omschrijven. Zodoende weten we allemaal waar we het over hebben. De specifieke onderdelen van deze vogel staan aangegeven op de tekening van deze vogel bij dit artikel.

De zwartbruine Japanse Meeuw is een vrij forse vogel die toch een slanke indruk geeft. Zijn rugdek, kop en borst zijn over het algemeen zwartbruin van kleur en de buik laat vanaf de borst tekening zien die doorloopt tot aan de staart. Deze tekening is donker van kleur en in een zogenaamde V-vorm waardoor er een zogenaamd schubeffect ontstaat. De staart wordt licht omhoog gedragen.

Ook voor deze soort is een standaardkeurbriefje ontworpen. De keuring voor deze vogel is dus een standaardkeuring, wat wil zeggen dat de vogel aan de hand van de standaardeisen gekeurd dient te worden.
We zullen de vogel per rubriek bekijken.

Rubriek 1
Hierbij wordt gekeken naar het formaat, model, houding, conditie en bevedering.
De Japanse meeuw is ongeveer 12 cm groot en moet een stevige ronde borst hebben. Ondanks dat het dus een stevige robuuste vogel moet zijn, komt hij toch als slank over. Dit laatste komt door de kleur en de tekening van deze vogel. De vogel moet fier op de stok zitten en zijn kopje opopgericht dragen. Hij/zij moet er eigenlijk bij zitten op een manier van “kijk hier ben ik”.
De buik/borstlijn moet regelmatig gebogen zijn. Hierbij gaat het nogal eens fout. Regelmatig zijn er Japanse meeuwen te zien die te zwaar zijn in de borst, waardoor de borstlijn niet meer regelmatig gebogen is. Ook komt het voor dat het achterlijf een uitgezakte indruk geeft, met eigenlijk hetzelfde resultaat als hiervoor. U zult begrijpen dat deze laatste twee punten als storende fouten gezien worden en dat er dan afhankelijk van de ernst van de fout gestraft zal worden.
De vleugels lopen strak langs het lichaam en moeten op de stuit aansluiten. Vogels die te smal zijn zullen de vleugelpunten op de stuit kruisen en ook dat doet weer ernstig afbreuk aan het totaalbeeld van de vogel. Dus ook hier kan voor gestraft worden.
De bevedering moet gaaf en strak zijn. Ruipunten zijn een ernstige fout, maar daar kun je als liefhebber het nodige aan doen. Bekijk de vogel namelijk enkele dagen voor het inbrengen goed op deze fout. Zie je dan ruipuntjes dan kun je deze makkelijk verwijderen met een oude tandenborstel. Vaak is het voldoende om even over de ruipunt te wrijven met de borstel en dan zal deze barsten waarna de veer er uit komt. Lukt dit niet dan kan je even met een pincet de huls rond de veer kneuzen en hem dan nogmaals behandelen met de borstel en dan zal het bijna altijd wel lukken. Op zo’n moment kun je ook best even tegen de veren instrijken, als de laatste strek altijd maar met de veren mee is.
Na deze behandeling de vogel even bespuiten met wat lauw water uit de plantensproeier en de vogel gaat zichzelf verder verzorgen. Op zich is dit een kleine inspanning voor de liefhebber, die het verschil kan maken tussen het behalen van prijzen of er net buiten vallen. Ruipunten vallen namelijk onder conditie maar hebben natuurlijk ook met de bevedering te maken. Als liefhebber kun je hierbij voorkomen dat een keurmeester punten in mindering moet brengen.
In deze rubriek wordt normaal 27 punten gegeven. Blinkt een vogel uit in formaat of model, dan kan er een punt extra gegeven worden. Dit laatste is ook het geval als de vogel in een puike conditie is. Je ziet dat je als liefhebber hier wat kunt verdienen.

Rubriek 2
Hier wordt gekeken naar de grootte en vorm van de kop en de snavel.
Eigenlijk wordt er dan naar gekeken of de kop en navel goed passen bij de rest van de vogel. Doen zich hierbij dan geen storende fouten voor dan wordt de normale waarde toegekend en dat is 8 punten. Op zich komt het niet vaak voor dat er in deze rubriek puntenaftrek gegeven moet worden.

Rubriek 3
Hier wordt gekeken naar de poten.
Deze moeten gaaf zijn en voorzien zijn van vier tenen. Hiervan moeten er drie naar voren en 1 naar achteren gedragen worden. Alle tenen dienen voorzien te zijn van nagels. De tenen moeten stevig om de stok klemmen en de nagels mogen niet te lang zijn. Lange nagels dus even knippen en je verdient weer punten. Poten en nagels mogen uiteraard niet bont zijn.
In deze rubriek worden normaal 5 punten gegeven en dat is het maximum.

Rubriek 4
Hier wordt gekeken naar de kleurregelmatigheid en de kleurdiepte.
Dit is vaak de rubriek waar het om draait bij de zwartbruine Japanse Meeuw. Deze moet namelijk zo diep mogelijk zwartbruin zijn en dat ontbreekt er nogal eens aan. Dat de vogels niet diep genoeg bruin zijn heeft te maken met de hoeveelheid zwart eumelanine dat de vogel in zich heeft. Dat kan men als liefhebber beïnvloeden door vogels die zo diep mogelijk van kleur zijn aan elkaar te paren. De nakweek hieruit zal dan al verbetering laten zien.
Ernstige kleurfouten zijn te lichte wangen en/of rugdek en ook een tweekleurige of blauwgrijze bovensnavel. De bovensnavel moet zwart zijn en de ondersnavel lichtgrijs. De poten moeten donkergrijs tot zwart zijn met zwarte nagels. Begrijpelijk is dat enige bontvorming, hoe gering ook, als zeer ernstig wordt aangemerkt.
De kleur van het rugdek is niet altijd egaal en dat is wel een vereiste, dus ook iets om op te letten.
Zoals gezegd kunnen genoemde fouten eruit gekweekt worden met goede fokvogels. Wees dus streng bij de selectie van je vogels. Je kunt beter met 2 koppels heel goede vogels kweken dan met 10 koppels waarvan de kwaliteit toch wel te wensen overlaat. Goede koppels geven namelijk veel meer kans op een goede nakweek, maar dat spreekt eigenlijk voor zich.
In deze rubriek wordt normaal gesproken 32 punten gegeven. Vogels die uitblinken in de kleurdiepte en regelmatigheid krijgen hier een punt extra. Vogels met onvoldoende kleurdiepte en/of een onregelmatige kleur krijgen hier puntenaftrek.

Rubriek 5
Ik de laatste rubriek op het keurbriefje van de Japanse Meeuw kijken we naar de kop-, vleugel- en lichaamstekening.
Zoals gezegd heeft de zwartbruine een V-tekening op zijn buik. Deze loopt van de borst tot aan de staart. De afscheiding op de borst moet strak zijn en lopen van vleugelbocht naar vleugelbocht. Ideaal is als de kleur van de V-tekening dezelfde kleur heeft als het rugdek. De ondergrondkleur moet echter zo licht mogelijk zijn, waardoor een groot contrast ontstaat. Hierdoor ontstaat er een sprekende tekening op de buik. Het is de bedoeling dat de V-tekening regelmatig verdeeld is en doorloopt tot tussen de poten. De V-tekening mag op de borst iets grover zijn dan in de flanken.
Naast de buiktekening vertoont de Japanse Meeuw ook tekening op het rugdek, althans dat hoort hij te doen. In de praktijk is het moeilijk om deze tekening er goed op te krijgen. Hier dienen namelijk kleine witte lichte streepjes zichtbaar te zijn. Omdat dit zo moeilijk te realiseren is, wordt er wat soepel mee omgegaan.
In deze rubriek wordt normaal 17 punten gegeven. Vogels die uitblinken op dit onderdeel krijgen er een punt bij. Vogels die hier te kort komen krijgen een punt of meer in mindering, dit is natuurlijk afhankelijk van de fouten die ze vertonen.

Een gemiddeld goede vogel krijg voor de vijf rubrieken dus 27-8-5-32 en 17 punten is totaal 89 punten. Een prima vogel scoort 28-8-5-33 en 18 punten is 92 punten in totaal. Om vogels kampioen te maken kan er in de rubrieken 1- 2 - 4 en vijf een punt extra gegeven worden. Het punt in de rubriek 2 is eigenlijk theoretisch omdat dit in de praktijk bijna niet voorkomt. Je zult dan een vogel moeten hebben die een uitzonderlijke kop en snavel heeft en dat is in mijn ogen een utopie.

U zult begrijpen dat er een aantal punten zijn uitgelicht in dit artikel om zodoende een beeld te geven van de zwartbruine Japanse meeuw. Hierdoor is voor jullie mogelijk duidelijk geworden dat er best goede mogelijkheden zijn om prima Japanse Meeuwen te kweken die mee kunnen doen in de top van een tentoonstelling. Voorwaarde hiervoor is om te starten met goede koppels. In ons land zijn voldoende goede kwekers te vinden om daar het kweekmateriaal te halen. Ons land heeft namelijk heel goede kwekers op het gebied van de kleurkweek van de Japanse Meeuw.

In Japan daarentegen zijn ze volop bezig om gefriseerde soorten te kweken. Vooral richt men zich er dan op de frisering op bepaalde plaatsen van het lichaam te verwezenlijken. Hier zijn ze overigens al best ver mee maar het gaat te ver om daar in dit artikel nader op in te gaan. Mogelijk een andere keer meer daarover.
Gaan we terug naar de kleurkweek dan kan nog worden opgemerkt dat er naast de zwartbruine meerdere kleuren en kleurcombinaties zijn om mee te kweken. Daarnaast is er binnen de geledingen van onze bond nog een speciaalclub die de ware Japanse meeuw liefhebber verder kan helpen op weg naar de top.
Wie van onze leden is de eerste die een Japanse Meeuw laat zien van 92 punten?
Veel succes met de kweek van deze prachtige en rustige vogel.

Ton Koenen

Overname is zonder schriftelijke toestemming NIET toegestaan