Door de ogen van de keurmeester ~ Reuzenekstertje

Reuzenekstertje

In dit artikel gaan we het hebben over een vogel die niet vaak op een tentoonstelling wordt aangetroffen, namelijk het Reuzenekstertje. Op zich zijn dit vrij kleine vogels die op geen enkele manier vergeleken kunnen worden met de eksters die wij in ons land in de vrije natuur aan treffen. Vandaar ook dat we spreken over een ekstertje, waarmee duidelijk op het formaat van de vogels gedoeld wordt, maar hier later meer over.
Ekstertjes en dus ook het Reuzenekstertje zie je eigenlijk alleen op de wat grotere tentoonstellingen. De kwaliteit van de vogels is vaak goed, mits ze natuurlijk in een prima conditie zijn. Conditie is van cruciaal belang bij deze vogels omdat op het de conditiekeuring van toepassing is.
Eigenlijk is conditie voor alle vogels die op een tentoonstelling worden ingezonden van belang. Alleen vogels die perfect in conditie zijn moeten naar een tentoonstelling worden ingezonden en tentoon worden gesteld. Is dit niet het geval dan kan een vogel beter thuis in het hok blijven om daar zijn conditie te verbeteren.
Dit was even een zij sprongetje, dus nu weer naar onze hoofdrolspeler. Deze wordt geshowd in de universeelkooi en gekeurd op het bekende gele tropen keurbriefje.

In de rubriek 1 van dit keurbriefje kijken we naar het formaat, houding, model en conditie van de vogel.
Het reuzenekstertje doet zijn naam geen eer aan want dit vogeltje is slechts 12 cm groot. Ondanks zijn beperkte afmeting mag deze vogel niet iel ogen. Kijkend naar het formaat moeten we eigenlijk zeggen dat deze vogel een robuuste indruk moet maken en dat hij daarbij best wel wat geblokt over mag komen. Hiermee wordt aangegeven dat het formaat en het model van de vogel goed met elkaar in overeenstemming moeten zijn. De vogel mag beslist geen slanke indruk maken, doet hij dit wel dan zal hierover een opmerking worden geplaatst op het keurbriefje. De borstlijn van deze vogel moet vanaf de keel dat aan de poten een regelmatig gebogen lijn laten zien en de ruglijn moet recht zijn. Dit natuurlijk allemaal vanaf de zijkant van de vogel gezien.
Het Reuzenekstertje moet fier en recht op de stok zitten en daarbij moet het lichaam vrij van de stok zijn. Vogels die op de stok hangen zullen daar dan ook voor bestraft worden. Natuurlijk moeten ook bij deze vogel de vleugels strak tegen het lichaam gedragen worden en zij dienen op de stuit aan te sluiten. Vleugels die over elkaar heen gaan zijn niet goed en vaak zal de vogel dan ook te smal zijn. Gevolg hiervan is dan dat er een bestraffing zal volgen. Uiteraard moet de conditie van de vogel optimaal zijn en hij moet als het waren tegen je in glimmen. Voldoet een vogel op de genoemde punten aan de eisen die gesteld zijn in de standaard en kunnen er geen positieve of negatieve opmerkingen gemaakt worden dan zal deze vogel 27 punten in deze rubriek scoren.

Rubriek 2 handelt over de poten en de snavel van de vogel.
De poten mogen geen vergroeiingen laten zien. Ze moeten stevig en recht zijn en mogen niet ruw zijn. Ik deze reeks artikelen heb ik al meerdere malen aangegeven wat je als inzender hier aan kunt doen en dus kan ik daar ook hier naar verwijzen. Op het moment dat dit artikel wordt geschreven (september 2013) is de wet dieren al een aantal maanden van kracht. Dit betekent dat het welzijn van het dier hoog in het vaandel hoort te staan en bij de NBvV is dat ook zeker het geval. Daarom zal er in de toekomst strenger naar deze rubriek gekeken worden. Vogels met een afwijking aan de poten of de snavel zullen niet meer beoordeeld worden. Sterker nog, zij zullen niet meer op een tentoonstelling toegelaten mogen worden. Iets om nu al rekening mee te gaan houden.
De snavel van deze vogel moet kegelvormig en gaaf zijn. Gezien het formaat van de vogel kan gesteld worden dat de snavel vrij zwaar is voor deze soort. Dit is overigens soorteigen en daar zal dus niets over gezegd gaan worden. De bovensnavel is zwart en de onder snavel is blauwgrijs met een zwarte punt. Wordt er aan de eisen voldaan dan krijgt men in deze rubriek de gebruikelijke 8 punten.

In de rubriek 3 nemen we de bevedering onder de loep.
Zoals gebruikelijk moet de bevedering gaaf zijn en strak langs het lichaam gedragen moeten worden. Op het eerste gezicht moeten de veren dus strak aansluiten. Ontbrekende bevedering en of gebroken veerpennen zullen voor aftrek zorgen in deze rubriek. Als in vogel in een goede tentoonstelling conditie is zal er op dit punt weinig of geen aanmerkingen zijn. Is dat het geval dan krijgt een vogel hier de maximale 5 punten op zijn keurbriefje.

Rubriek 4 vraagt ons om te kijken naar de kleur en de kleurregelmatigheid van de vogel.
Het Reuzenekstertje heeft een zwarte kop, keel en nek. Hierop zit een blauwgroene glans. Op de wangen zal dit schubachtig worden en dat is juist goed. Hier zit de glans in de veereinden waardoor dit effect ontstaat. Het rug en vleugeldek van de vogel moet donkerbruin zijn. De vleugelpennen zijn iets donkerder dan de rug en vleugeldekkleur. De borst- en buikkleur van deze vogel is wit. Nabij de aarsbevedering gaat de witte keur over in een crème kleur. Als de vogel een goudkleurige waas toont op zijn rugdekkleur dan kunnen we stellen dat deze vogel perfect in conditie is.
De kleur dient zo diep en egaal mogelijk te zijn. Is dit het geval dan zullen er weinig negatieve opmerkingen gemaakt kunnen worden. Valt de kleur ook niet in positieve zin op dan zal er in deze rubriek 17 punten gegeven worden. Voor een prima kleur zal zeker een punt extra worden gegeven.

De rubriek 5 is de laatste op het keurbriefje en deze gaat over de tekening van de vogel.
Ook deze soort laat wat tekening zien en daar zal dus op worden gelet. De afscheiding tussen de keel en de borstkleur zal strak moeten zijn en moet lopen van vleugelaanzet tot vleugelaanzet. Op de vleugels dienen crème witte streepjes zichtbaar te zijn, die symmetrisch op beide vleugels aanwezig moeten zijn.
Aan de zijkant van de borst zit een zwarte wigvormige vlek die strak moet zijn afgescheiden. Vanaf hier loopt de zwarte flanktekening naar de stuit en op de achterste helft van de flank bevindt zich een ovaal bruine vlek. Opmerkelijk bij deze vogels is dat de flanktekening voor een groot gedeelte onder de vleugel wordt gedragen. Hier zal soepel mee omgegaan worden. Zonder positieve of negatieve opmerkingen zullen in deze rubriek 32 punten worden toegekend.

Gaan we nu de punten uit de rubrieken bij elkaar op tellen dan zien we 27 – 8 – 5 – 17 – 32 en dat is totaal 89 punten. Hier hebben we te maken met een goede vogel die voldoet aan de standaard. Vogels die uitblinken op bepaalde punten kunnen hiervoor extra worden beloond en dan kan een keurbriefje er als volgt uit zien 28 – 8 – 5 – 18 – 33 en dat is goed voor 92 punten. Dan hebben we natuurlijk met een prima vogel van doen die mee kan gaan doen om het kampioenschap. Mocht deze vogel er voor in aanmerking komen en het is verantwoord om te doen dan zal er een punt extra gegeven kunnen worden in de rubrieken 1 - 2 – 4 of 5. Dan heeft deze vogel het absolute maximum van 93 punten en dan heeft de eigenaar een vogel om trots op te zijn.

Met dit artikel zijn we aan het einde gekomen van de reeks “door de ogen van de keurmeester”. In deze reeks zijn in totaal 23 soorten vogels besproken en dan met name de wildkleuren. Het zijn soorten die met enige regelmaat te zien zijn op de verschillende tentoonstellingen en ik hoop dat de lezers van deze artikelen er iets aan hebben gehad. Dit is namelijk het moment op te stoppen en niet verder te gaan met de diverse kleurslagen die er zijn van de meeste soorten. Vaak zijn er dan alleen veranderingen in de rubrieken 4 en 5 en de rest blijft hetzelfde en vallen we dus in herhaling en dat komt in mijn optiek de lezenswaardigheid niet ten goede.

Ton Koenen

Overname is zonder schriftelijke toestemming NIET toegestaan

Keurbrief Tropen