Door de ogen van de keurmeester ~ Rijstvogel

rijstvogel

Ook dit jaar zal ik doorgaan met de serie "door de ogen van de keurmeester". Uit reacties is gebleken dat deze artikelenreeks behoorlijk gelezen en gewaardeerd wordt, mede door het begrijpelijke taalgebruik.

In dit artikel gaan we eens kijken naar de rijstvogel. De meeste liefhebbers zullen deze vogel wel kennen. Regelmatig is hij te zien op tentoonstellingen, dan vaak in de wildkleur en in het wit. Naast deze kleuren zijn er nog meer kleuren zoals onder andere roodbruin en mokkabruin al dan niet in combinatie met de opaal- of pastelfactor.
In dit artikeltje staan we stil bij de wildkleur die bij de liefhebbers beter bekend is als de grijze rijstvogel. Deze vogel wordt gekeurd op het gele standaardkeurbriefje van de tropen.

Zoals gebruikelijk bekijken we de vogel aan de hand van het keurbriefje en de rubrieken die daar op staan.

In de eerste rubriek letten we op het formaat, model, houding en conditie.
De rijstvogel is een vogel die bijna altijd strak in de veren zit en dit komt natuurlijk door een goede conditie. Hiermee hebben we gelijk een belangrijk punt van deze vogel te pakken, omdat de conditie van deze vogel van groot belang is. Deze vogel heeft namelijk weinig punten die fouten kunnen vertonen en daarom wordt er scherp gelet op de conditie van deze vogel. Wil een rijstvogel in aanmerking komen voor een hoge score dan zal de conditie zeker goed moeten zijn.
De rijstvogel moet een forse indruk maken met een minimale lengte van 15 cm. Uiteraard wordt dit gemeten van de punt van de snavel tot het uiteinde van de staart, maar dat is bij alle vogels zo. De meeste rijstvogels voldoen aan het gevraagde formaat.
Het type van deze vogel moet robuust zijn zoals dat in de standaard staat en daar wordt mee bedoeld dat de vogel een forse indruk moet maken met een brede borst. De borst moet dan ook aan alle kanten gebogen zijn en voldoende volume hebben. Als je de vogel van verschillende hoeken bekijkt dan zou je eigenlijk steeds dezelfde stevige borst moeten zien en dan komen we dicht in de buurt van het ideale model.
Let vooral op het kopje van de vogel, omdat deze nog wel eens storend kan zijn ten opzichte van de rest van de vogel. Het kopje kan nog wel eens te klein zijn en dat is beslist niet de bedoeling. Alle lichaamsonderdelen moeten in verhouding staan met elkaar. Dus een forse robuuste vogel moet ook een stevige kop laten zien om goed te scoren op het model.
Voor wat betreft de houding van de vogel is het eigenlijk hetzelfde als bij alle andere vogels. Ze moeten goed en rustig op stok zitten en daarbij moet het lichaam los zijn van de stok. Doorgezakte poten is een ernstige fout en daar zal voor gestraft worden.

De tweede rubriek gaat over de poten en de snavel.
De poten van de rijstvogel moeten stevig en recht zijn. De tenen dienen op een natuurlijke wijze de stok te omsluiten. Op deze manier zit hij stevig op de stok. Natuurlijk mogen er geen vergroeiingen aan de poten zitten en ook geen verruwingen. Aan een vergroeiing kun je als liefhebber vaak weinig doen omdat dit een speling van de natuur is. Zijn de poten ruw dan is daar zeker wat aan te doen. De poten kunnen behandeld worden met wat babyolie en dan zul je zien dat de verruwing gelijk verdwenen is. Je zult ook zien dat de kleur van de poten dan iets dieper wordt. Op dezelfde manier kun je ook de snavel van de vogel behandelen.
Bij de snavel komt het voor dat er vogels bij zitten met een wat lichtere snavelkleur. Dit komt bij poppen nog wel eens voor. Dit wil overigens niet zeggen dat dit een geslachtsbepalend kenmerk is bij deze vogels. Met deze lichtere kleur zal dan ook altijd soepel worden om gegaan omdat dit de natuur is en die kun je nu eenmaal niet dwingen.

In de derde rubriek wordt aandacht geschonken aan de bevedering.
Dit onderdeel hangt natuurlijk nauw samen met de conditie van de vogel. Een vogel die niet in conditie is zal vaak zijn bevedering niet strak aaneengesloten dragen, wat een vereiste is voor deze vogel. De bevedering van de vogel moet natuurlijk gaaf zijn en geen beschadigingen laten zien.
Tijdens een keuring zie je nog wel eens een rijstvogel die erg schuw is en daardoor vaak tegen de tralies gaat hangen. Vaak wordt hierbij zijn staart beschadigd en dit geeft aftrekpunten.
Dit zijn overigens punten die je als liefhebber kunt voorkomen. Door de vogels tijdig op te kooien in kleinere kooien dan ze gewend zijn, zullen ze rustiger worden. Hier moet wel even de tijd voor genomen worden en als de vogels wat rustiger zijn kunnen we ze voorzichtig laten wennen aan de TT kooi. Ben je bang voor beschadiging op dat moment, dan kun je gebruik maken van de bekende plastic kapjes die aan de binnenzijde langs de tralies gedaan kunnen worden. Hierdoor wordt de vogel belemmerd om tegen de tralies te gaan hangen. Dit gaat overigens niet alleen voor de rijstvogel op, maar eigenlijk voor ieder vogelsoort. Het is van belang om de vogels te trainen en te wennen aan de tijdelijke beperkte ruimte. Hierdoor voorkom je beschadiging en dus puntenaftrek.

Rubriek vier vraagt een oordeel over de kleurregelmatigheid en de kleurdiepte van de vogel.
Het rugdek van de rijstvogel moet helder en egaal grijs zijn. De kleur mag niet vlekkerig zijn en deze mag ook niet voorzien zijn van een waas. Het komt nog wel eens voor dat er een bruine waas over de grijze kleur van de vogel ligt, om het nog maar niet te hebben van een duidelijk bruine aanslag in de vleugelpennen. Dit laatste is een kenmerk van jonge vogels. Eigenlijk is dit een te jonge vogel die op de keuring wordt aangeboden. De borstkleur van de vogel moet ook helder en egaal grijs zijn.
De buik van de rijstvogel is van een grauw beige kleur met een paarse waas, aldus de standaard. Eigenlijk zien we een wat mat beige kleur met daaroverheen een paarse gloed die best wel diep van kleur kan zijn. Het is wel van belang dat deze paarse gloed aanwezig is omdat het ontbreken ervan afbreuk doet aan het geheel van de vogel.

De vijfde een laatste rubriek op het keurbriefje gaat over de tekening van de vogel.
Bij de wildkleur rijstvogel zitten de tekeningsonderdelen voornamelijk aan de kop en op de borst. De wangvlek van de rijstvogel moet wit zijn en dit laat nog al eens te wensen over. Regelmatig is er een troebel witte kleur waar te nemen of een witte kleur met daarin nog enkele bruine vlekjes. Daarnaast moet de wangvlek strak afgescheiden zijn.
De wangstreep wil nog wel een wat rafelig worden op het moment dat deze wat breder wordt. Deze hoeft niet per se breder te worden, want een breedte van 1 mm is al voldoende.
De rijstvogel laat ook nog al eens een bonte plek binnen zijn tekeningsvelden zien. Dit is dan met name onder de snavel in de keelvlek. Hier zien we dan dat het zwart niet doorloopt tot onderaan de snavel, maar dat hier een gedeelte wit is. Dit is een ernstige fout die bestraft zal worden.
De overige tekeningsvelden zijn helder en egaal zwart van kleur. Natuurlijk moet de scheiding tussen de borst- en buikkleur strak zijn.

Samenvattend kan gesteld worden dat het goed mogelijk is om een top rijstvogel in te sturen naar een keuring en deze zal dan ook zeker zijn punten halen. Want een strak in de veren zittende en goed van kleur en tekening zijnde rijstvogel is een lust voor het oog van menig liefhebber.

De puntentelling voor een rijstvogel is gelijk aan die van andere vogels die op het gele briefje worden gekeurd. Een gemiddeld goede vogel krijgt 27, 8, 5, 17, 32 punten in de rubrieken en dat is een totaal van 89 punten. Scoort een vogel aanmerkelijk beter op een bepaald onderdeel dan zal daar de score verhoogd worden zodat het totaal ook hoger uit zal komen. Een prima rijstvogel zal de score van 28, 8, 5, 18, 33 punten krijgen wat een totaal geeft van 92 punten. Daarnaast is er natuurlijk nog de mogelijkheid om in de rubrieken 1 – 4 – 5 een punt extra te geven om een vogel aan de 93 punten, het absolute maximum, te brengen. Maar dit is zoals bekend alleen om onderscheid te maken bij een kampioensvogel.

Ton Koenen

Overname is zonder schriftelijke toestemming NIET toegestaan

Keurbrief Tropen