Door de ogen van de keurmeester ~ Sijs

sijs

In deze aflevering gaan we het hebben over de Sijs. Een vogel die veel gehouden en gekweekt wordt. Ook een vogel die we regelmatig in allerlei keuren tegen komen op de tentoonstellingen. Het is een vogel die zo bekend is binnen de kringen van vogelliefhebbers, dat ik een nadere omschrijving achterwege kan laten.
In deze aflevering bekijken we met elkaar de wildkleur. Deze kleurslag heeft al voldoende in zich om bij stil te staan. Kijk alleen maar even in de matrix van de standaard en dan zie je gelijk al een aantal kleuren die best wel eens wat uitleg kunnen hebben. Men spreekt daarin over grijsgroen, geelgroen en groengeel, om maar een aantal van de kleuren te noemen. Kleuren die allemaal veel op elkaar lijken, maar toch weer zo wezenlijk anders zijn.

De mannen en poppen zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden. Het mannetje heeft het bekende petje op zijn kop en daarbij heeft hij nog een kinvlekje. Daarnaast is er een duidelijk verschil in de borst- en flankkleur. Het mannetje heeft een groengele borst en geelgroene flanken. Bij het popje is de borst gebrokenwit en de flanken zijn bij haar beigebruin. Verderop gaan we op deze kleuren in.

Ook dit keer bekijken we de vogel weer aan de hand van de rubrieken op het keurbriefje. De Europese cultuurvogels, waartoe de sijs ook behoort, worden gekeurd op het bekende gele briefje voor de tropen.

sijs

De eerste rubriek gaat zoals bekend over formaat, model, houding en conditie.
Dit is wel een rubriek waarin de nodige punten kunnen worden gescoord. Dit heeft de liefhebber zelf ook voor een groot gedeelte zelf in de hand. Hij of zij is namelijk verantwoordelijk voor de koppels die worden samengesteld. Het nageslacht hieruit wordt naar de TT gestuurd. Als men de goede vogels aan elkaar gekoppeld heeft, krijgt men jongen die rond de 11 cm zijn en die een gedrongen model hebben. Kortom een klein vogeltje wat er op het eerste gezicht stevig uitziet. Uiteraard moeten de onderlinge verhoudingen van dit vogeltje met elkaar in overeenstemming zijn. Laat de vogel dan ook nog een rechte ruglijn, de lijn van de kop naar de staart, zien, dan kunnen we zeggen dat we een fraai exemplaar hebben gekweekt die zeker op dit onderdeel hoog zal scoren.
Natuurlijk komen we hier best wel eens wat fouten tegen, zoals het laten hangen van de vleugels of het te smal zijn in de borst. Het laten hangen van de vleugels is en storende fout die in deze rubriek zeker bestraft zal worden. Vogels die te smal zijn zullen daar ook een opmerking over krijgen. Vaak dragen deze vogels de vleugels ook niet netjes langs de romp. Zijn de vogels erg smal dan zullen de vleugels over elkaar gaan kruisen en dat is beslist niet de bedoeling omdat het ernstige afbreuk doet aan het type van deze vogel. Nog even voor de duidelijkheid: met type bedoelen we het totale beeld van de vogel.

In de tweede rubriek worden de poten en de snavel beoordeeld.
Het is maar zelden dat er in deze rubriek opmerkingen worden gemaakt, omdat een vogel die goed in conditie is en goed gebracht wordt op deze punten niets te kort komt. Is de inzender wat slordig of nalatig, dan kunnen we vuile of ruwe pootjes tegenkomen en dat geldt ook voor de snavel. Opgebleekte pootjes en nagels worden niet in deze rubriek beoordeeld. Op zich zou je zeggen dat dit hier thuis hoort, maar dat is niet zo. We spreken namelijk over de kleur van bepaalde onderdelen van de vogel en dus hebben we dan te maken met de rubriek kleur. Kort gezegd kijken we in deze rubriek naar afwijkingen aan de snavel en pootjes.

De volgende rubriek gaat over de bevedering.
Ook hierbij kijken we niet naar de kleur van de veren maar naar de staat waarin deze verkeren. Er wordt gekeken of de veren strak langs het lichaam gedragen worden. Of er geen ruipuntjes in de bevedering zitten. Gestraft wordt er in deze rubriek onder andere bij ontbrekende bevedering, erg losse bevedering en het tonen van ruipuntjes.

In de rubriek kleurregelmatigheid en kleurdiepte wordt daadwerkelijk gekeken naar de kleur van de vogel.
Zoals gezegd niet alleen van de bevedering maar ook van de poten en de snavel. Bekijken we nu even de kleur van de borst van de man, dan lezen we in de standaard dat dit groengeel moet zijn en dat de flanken bij deze vogel geelgroen moeten zijn.
Ik kan me goed voorstellen dat mensen gelijk het blad omslaan omdat het niet meer te volgen is. Dit omdat voor het gevoel genoemde kleuren nogal op elkaar lijken. In beide gevallen wordt er gesproken over de kleur geel en de kleur groen. Doordat deze aan elkaar geschreven zijn zullen ze wel met elkaar te maken hebben. Als u dat voor ogen heeft dan zijn we al een stuk verder, want dat is ook namelijk zo.
Moeilijker wordt het om zich voor te stellen wat er met deze kleuren bedoeld wordt. Eigenlijk moeten we in dit geval niet al te moeilijk denken en kort gezegd komt het er op neer dat we de ene keer te maken hebben met een groene kleur met een wat gele waas en in het andere geval met een gele kleur met een groene waas. Je kunt dit vergelijken met het jonge gras in het voorjaar dat groen is maar toch ook nog een beetje geel.

De borst van de man Sijs moet dus zo diep mogelijk groengeel zijn, wat wil zeggen dat deze groen is met een gele waas er over. Bij de flanken is dit geel met een groene waas, waarbij dat groen overigens wel duidelijk waarneembaar moet zijn. Op deze manier kun je dus eigenlijk al de kleuronderdelen bekijken en daar waar gesproken wordt over grijsgroen is er eigenlijk sprake van een groene kleur met een grijze waas. Het rugdek moet namelijk deze kleur vertonen.

De pop heeft een heel andere borstkleur dan de man. Bij de pop is de kleur gebrokenwit en daarin mag ze beslist geen gele of bruine waas laten zien. Dat is namelijk een behoorlijke fout die zondermeer kan lijden tot puntverlies.
De helderheid en de regelmatigheid van de kleur worden in deze rubriek eveneens bekeken. Hierbij doen zich nog wel eens wat foutjes voor, zoals bijvoorbeeld een vlekkerig rugdek.

De laatste rubriek op het keurbriefje gaat over de tekening die de vogel laat zien.
Als je kijkt naar de Sijs, dan zitten daar heel wat tekeningvelden aan en dus kunnen zich daar redelijk wat fouten bij voordoen. Tekeningvelden zijn schedeltekening, wenkbrauwstreep, borst, flanken, rugdek, mantel, vleugels en staart.
Gelukkig regelt de natuur het een en ander en als we een goed koppel samenstellen dan zal veel al op de goede plaats vallen. Natuurlijk komen we fouten tegen en ik zal er een paar uitpakken die in het oog springen.
Schedeltekening dient zowel bij de man als de pop door te lopen tot aan de snavelbasis. Bij de snavelbasis vervaagt de tekening wel eens en ontstaat er een soort bandje. Dit is een storende fout die bestraft zal worden in deze rubriek.
De sijs dient een helder geel vleugelbandje te laten zien. Helaas is dit niet altijd het geval. Soms ontbreek dit bandje helemaal of is slechts minimaal aanwezig. Ook dit is een storende fout en wordt dus bestraft.
De kinvlek bij de man moet duidelijk aanwezig zijn, maar er zijn vogels bij waar deze volledig ontbreekt of slechts heel wazig zichtbaar is. Ook dit is een fout.

Door het opnoemen van enkele voorkomende fouten zou de indruk kunnen zijn ontstaan dat er geen goede Sijzen op de TT komen. Niets is minder waar, omdat we regelmatig zeer fraaie exemplaren op de keurtafel te zien krijgen. Dit betreft zowel mannen als poppen.

De puntenwaardering is voor een gemiddelde vogel 27 – 8 – 5 -17 -32. Blinkt een vogel uit in een bepaalde rubriek dan zal hij daar 1 of 2 punten meer krijgen. Ook deze vogels kunnen maximaal 93 punten halen. De punten zien er dan als volgt uit 28 – 8 – 5 – 18 – 33. In de rubriek 1, 4 of 5 kan een punt extra worden gegeven om zodoende te komen tot een totaal van 93 punten. Het mag duidelijk zijn dat de vogel in die rubriek dan wel uit moet blinken, want ook een score van 93 punten moet op de rechterzijde van het keurbriefje verantwoord kunnen worden.

Ton Koenen

Overname is zonder schriftelijke toestemming NIET toegestaan

Keurbrief Tropen