Door de ogen van de keurmeester ~ Roodsnavelspitsstaartamadine

Roodsnavel spitsstaartamadine

Deze keer gaan we eens kijken naar een vogelsoort die veelvuldig gekweekt wordt en die ook in groten getale op de tentoonstellingen te zien is. We gaan eens kijken naar de Roodsnavelspitsstaartamadine in de wildkleur. Buiten deze kleur zijn er nog meerdere kleuren van deze soort bekend. Deze mutaties worden minder aangeboden op de tentoonstellingen.
De meeste vogelliefhebbers zullen deze overwegend bruine vogel wel kennen, omdat deze nogal opvalt door zijn lange staartveren.

Ook deze vogel wordt gekeurd op het gele tropenkeurbriefje. Dit keurbriefje is in 2012 aangepast, waardoor de puntenwaardering gelijk is aan het standaardbriefje zoals we dat onder andere kennen voor de Zebravink en de Gouldamadine.

Deze vogel is van oorsprong afkomstig uit Australië, maar van daaruit mogen sinds 1960 geen vogels meer worden geëxporteerd. Dus hebben we hier heel duidelijk te maken met een gedomesticeerde soort, wat wil zeggen dat dit een soort is die al veelvuldig en langdurig in gevangenschap is gekweekt. Hierdoor kan deze soort vergeleken worden met de huisdieren.

Zoals gebruikelijk worden in de rubriek 1 het formaat, model, houding en conditie van de vogel beoordeeld.
Bij deze soort is het dus niet anders en dan zien we gelijk al heel veel verschillen tussen de vogels die ter keuring worden aangeboden. Er zijn namelijk heel veel types vogels, waarbij het opvalt dat er nogal smalle types bij zitten en dit is beslist niet de bedoeling. Het is namelijk de bedoeling dat een spitsstaartamadine een forse indruk maakt. Hij dient minimaal 17 cm lang te zijn, dit gemeten van de punt van de snavel tot het einde van de staart, dus tot het einde van de verlengde staartpennen. Een goede spitsstaartamadine heeft een robuuste gestalte waarbij de lichaamsonderdelen goed op elkaar aansluiten. Hiermee wordt bedoeld dat de lengte van de vogel klopt met de breedte. Dus een vogel van voldoende lengte met een smalle borst is niet juist. De vogel moet namelijk een volle stevige borst laten zien die met een mooie ronding naar het onderlichaam wegloopt. De kop van de vogel moet ook voldoende ronding laten zien en deze mag dus beslist geen afplatting laten zien. De breedte van de kop moet natuurlijk bij het lichaam passen.
De staart van de spitsstaartamadine heeft twee verlengde staartpennen die iets gekromd mogen zijn. Dit wil dus niet zeggen dat er een krul in mag zitten, want dat is niet toegestaan. Deze pennen dienen tenminste 3 cm verlengd te zijn en ze moeten beide aanwezig zijn. Bij een keuring komt het regelmatig voor dat er een staartpen ontbreekt. Dit is dan jammer en het kost de liefhebber een strafpunt bij bevedering. Zijn de verlengde staartveren te veel gekruld dan is het middels stomen van deze veren mogelijk om ze wat meer in model te krijgen. Men houdt de veren dan enige tijd in de stoom van kokend water. Houdt de vogel dan zo vast dat het lichaam van de vogel beschermd is door uw handen. Hierdoor voorkomt u dat de vogel brandwonden oploopt. U zult dan namelijk eerst uw handen branden aan de hete stoom en dan neem ik aan dat u dan u handen terug zult halen en dan zal de vogel dus niets overkomen. Dit trucje werkt niet altijd, maar men kan het allicht proberen, maar dan wel voorzichtig met de vogel omgaan. De spitsstaartamadine moet rustig op de stok zitten in een hoek van ongeveer dertig graden en uiteraard moet de vogel in een goede conditie zijn om in aanmerking te kunnen komen voor een mooie score. De vleugels dienen strak langs het lichaam gedragen te worden en de vleugelpunten moeten aansluiten op de stuit.

In de tweede rubriek kijken we naar de poten en de snavel.
De poten moeten stevig en recht zijn en de vogel moet zich goed aan de stok vast kunnen houden. Natuurlijk moeten alle tenen aanwezig zijn. De poten moeten rood van kleur zijn en mogen niet geschilferd zijn. Door de poten met wat babyolie in te smeren, zullen de poten wat dieper van kleur worden en zullen er ook geen schilfers meer te zien zijn. De snavel moet kegelvormig zijn en goed op elkaar aansluiten. De lijn tussen snavel en kop moet vloeiend verlopen. De kleur van de snavel is koraalrood en ook deze kunnen we met babyolie wat dieper van kleur laten lijken en wat gladder.

Bij rubriek 3 kijken we naar de bevedering van de vogel.
Deze moet natuurlijk schoon en ongeschonden zijn. Het spreekt voor zich dat de bevedering ook compleet moet zijn en is hij dat niet dan zullen er strafpunten volgen. De hoeveelheid hangt af van de beschadigingen en het missen van de veren. Een liefhebber kan hier zelf veel aan doen door goed op de vogel te letten die hij inbrengt voor een TT. Vogels met een verenpak dat aan slijtage onderhevig is of waarvan de bevedering vuil is zullen zeker niet in aanmerking komen voor een hoge score, maar dat zal iedereen denk ik wel begrijpen.

In de vierde rubriek kijken we naar de kleur en de kleurregelmatigheid van de vogel.
De spitsstaartamadine is een vogel die overwegend bruin van kleur is en deze bruine kleur dient een wijnrode gloed te hebben. De vogel mag dus beslist niet te bruin worden, zoals men dat ziet bij een Gordelgrasvink. Het rugdek van de vogel is bruin van kleur en de rest van het lichaam is lichtbruin van kleur. De gehele vogel dient een wijnrode gloed te laten zien. Dit alles geeft de vogel een warme uitstraling. Helaas ontbreekt bij de vogels de wijnrode gloed nogal eens, dat levert strafpunten op bij kleur. Ook vogels die met name in de borst- en buikkleur te bruin worden, zullen hiervoor gestraft worden. De kop van de vogels laat een zilvergrijze kleur zien die naar achter, op het achterhoofd en de nek, blauwachtig grijs wordt.
Regelmatig krijgt men vogels ter keuring aangeboden die vlekkerig op de borst zijn of elders in de bevedering vlekkerig zijn. Uiteraard dienen deze vogels gestraft te worden, omdat de kleur egaal moet zijn.

In de vijfde en laatste rubriek van het keurbriefje wordt gekeken naar de tekeningsonderdelen.
De spitstaartamadine heeft een aantal tekeningsonderdelen, zoals de teugel, bef, broektekening en staarttekening. Over de staart is al veel gesproken, maar de buitenste pennen moeten ook nog aan de onderzijde witte punten laten zien. De bef, teugel en broektekening moeten diep zwart en egaal van kleur zijn. De broektekening wordt waargenomen als een driehoek die strak afgetekend moet zijn. De kleur van de flank moet doorlopen tot tegen de broektekening. Tijdens een keuring zie je wel eens vogels die een smalle witte rand voor de broektekening laten zien. Dit is niet juist en wordt dus bestraft.
De bef moet peervormig zijn en strak afgetekend. Deze loopt vanaf de snavelbasis. De strakke aftekening laat nogal eens te wensen over en dit kan natuurlijk punten kosten. De teugel loopt van de snavel tot het oog en heeft de breedte van het oog. Een teugel die doorloopt achter het oog of breder is dan het oog is niet goed en kan bestraft worden. Roodsnavelspitsstaartamadines komt men op de keuring in verschillende verschijningsvormen tegen. De kwaliteit loopt van slecht/matig tot bijzonder goed. Gezegd moet worden dat een prima vogel van deze soort een lust is voor het oog. Menigeen kan met volle teugen van een dergelijke vogel genieten.

Een gemiddeld goede vogel zal de volegnde punten behalen 27 – 8 – 5 – 17 – 32 wat een score van 89 punten geeft. Een prima vogel zal 28 – 8 – 5 – 18 – 33 wat een score geeft van 92 punten.
In de rubrieken 1, 4 en 5 kan nog een punt extra gegeven worden om een vogel 93 punten te geven. Hopelijk zien we komen jaar weer vele mooie Roodsnavelspitsstaartamadines op de TT’s die voorzien zijn van een mooie wijnrode waas over hun lichaam.

Ton Koenen

Overname is zonder schriftelijke toestemming NIET toegestaan

Keurbrief Tropen