Door de ogen van de keurmeester ~ Zilverbekje

zilverbekje

Deze keer gaan we het weer hebben over een bekende verschijning op de tentoonstellingen. Op bijna iedere tentoonstelling komen we namelijk het zilverbekje wel tegen. Vaak is dat de wildkleur maar we zien ook al steeds meer andere kleuren komen. Er zijn op dit moment al de nodige mutaties en mutatiecombinaties in deze soort. In de toekomst zullen er misschien nog wel bij komen omdat er toch een groep liefhebbers is die zich speciaal met de nieuwe kleuren bezig houdt.
Voor veel liefhebbers is het een vogel die ze erbij hebben in de volière. Daar is het een dankbare vogel die bij een goede verzorging zeker tot broeden zal komen en voor de nakomelingen zal zorgen.

Zoals gebruikelijk in deze serie, gaan we kijken naar de nakweek om te zien aan wat voor eisen deze moet voldoen en hoe de keurmeester er naar kijkt tijdens een keuring.
In deze aflevering zullen we ons beperken tot de wildkleur, mogelijk dat we de mutaties eens in een ander artikel kunnen bespreken. De wildkleur is bij de meeste liefhebbers bekend, maar voor degene die hem niet kennen toch even een korte beschrijving.

Het zilverbekje is een kleine stevige vogel met een hoofdzakelijk beige bruine kleur. Deze kleur komen we tegen op het rugdek en op de borst en in de flanken. De buikkleur van deze vogel is crème.
De snavelkleur is beige bruin met een blauwe waas.
De vogels worden gekeurd in de universeelkooi.
Ze worden gekeurd in de schaal 1 van het bekende gele standaard tropenbriefje met de bekende vijf rubrieken.

De eerste rubriek waar gekeken wordt naar het formaat, model, houding en conditie, is gelijk een van de belangrijke rubrieken voor deze vogelsoort.
Dit komt omdat deze soort weinig foutbronnen heeft, zoals dat zo mooi in de standaardeisen staat . Dit betekent niet meer en niet minder dan dat er weinig punten zijn die fouten kunnen vertonen. Vergelijk het zilverbekje eens met een gouldamadine en men ziet gelijk een vogel waar veel foutbronnen aan zitten.
Doordat, zoals gezegd, het zilverbekje weinig foutbronnen heeft, wordt de conditie van deze vogel gelijk een heel belangrijk onderdeel bij de keuring. Eigenlijk wil dit niet meer zeggen dan dat de vogel in topconditie moet zijn om voor een hoge score in aanmerking te komen. Eigenlijk gaat dit voor alle vogels op. Vogels die naar een keuring gebracht worden, moeten een goede conditie hebben anders kunnen ze het schudden. Ze komen dan niet voor een hoge score en dus niet voor de prijzen in aanmerking. Vogels die niet goed in conditie zijn, horen niet op een keuring thuis, maar die moeten bij u thuis in het hok zitten zodat u er meer aandacht aan kunt besteden om zodoende de conditie van de vogel te verbeteren.

Het formaat van het zilverbekje is 11,5 cm, gemeten van de punt van de snavel tot de punt van de staart, zoals dat gebruikelijk is in de vogelsport. Het model van de vogel moet stevig zijn. Dit wil niet zeggen dat de vogel vet moet zijn. De vogel moet gewoon een robuuste indruk geven als deze op de stok zit. De vogel moet een voldoende brede borst hebben en de borstlijn moet een gebogen lijn hebben tot aan de poten. De onderdelen van de vogel moeten met elkaar in overeenstemming zijn. Simpel gezegd moet de vogel in verhouding kloppen. Dus een stevige vogel met een stevige kop erop en niet een klein kopje dus. Dit laatste doet dan namelijk afbreuk aan het geheel.
Een scherpe borst of een uitgezakt achterwerk is natuurlijk ook storend en dat zal zeker aftrekpunten geven bij de keuring. Ik moet zeggen dat het merendeel van de ingezonden vogels voldoet aan de eisen die de standaard op dit punt stelt.

In de tweede rubriek op het keurbriefje wordt gekeken naar de poten en de snavel.
De snavel moet in verhouding staan tot de rest van het lichaam en deze moet glad zijn en natuurlijk moeten de boven- en de ondersnavel goed op elkaar sluiten. De kleur van de snavel wordt in deze rubriek niet beoordeeld, deze wordt beoordeeld bij de kleur van de vogel.. Bij de poten wordt gekeken of deze de goede stand hebben, goed om de stok sluiten en of ze gaaf zijn. Natuurlijk wordt er ook gekeken of alle nagels nog aan de teentjes zitten. Als de inzender serieus met zijn hobby bezig is dan komen in deze rubriek bijna geen fouten voor. Ruwe poten en snavel zijn door de liefhebber ook te zien en die kan er iets aan doen zoals ik dat in eerdere artikelen heb aangegeven. Weet je het nog? Babyolie kan wonderen doen met de snavel en de poten.

In de derde rubriek wordt gekeken naar de bevedering.
Eigenlijk is deze rubriek nauw verbonden met de conditie van de vogel, waar we in rubriek 1 naar kijken. Vogels die niet goed in conditie zijn, zullen namelijk nooit de bevedering strak langs het lichaam dragen. Altijd is er wel ergens een gedeelte te vinden waar de bevedering los gedragen wordt. Gaan we bevedering missen dan kan dit ook weer doorwerken naar de kleurbeoordeling of de beoordeling van de tekening van de vogel. Het is aan de keurmeester om te kijken waar hij het accent legt bij de vogel die hij voor hem op tafel heeft staan.
Laat een vogel een fout zien in de bevedering, dan is het niet de bedoeling dat we daarvoor straffen bij conditie èn bij bevedering èn bij kleur. Hierdoor zou een vogel driemaal gestraft worden en dat is niet de bedoeling. Laat de vogel een heel ernstige fout zien die bestraft zou moeten worden met 2 minpunten, dan is het wel mogelijk om dit bij twee rubrieken te doen.

De vierde rubriek, kleur en kleuregaliteit, is zoals altijd een belangrijke rubriek.
De kleur van de vogel heb ik hierboven al in grote lijnen omschreven en daar komen nog wel eens wat fouten bij voor. Een kleurfout is als de vogel onder de snavel wat tekening laat zien. Dit is niet de bedoeling omdat de borstkleur zo egaal mogelijk beige bruin moet zijn. Deze dient dus ook niet vlekkerig te zijn.
Zoals gezegd dient de buikkleur crème te zijn en zo egaal mogelijk. Ook hier zien we nog wel eens een vlekkerige kleur.
In de flanken kan het voorkomen dat de ondergrondkleur welke tussen de flanktekening zichtbaar is, te donker is. Ook dit is een kleurfout en die komt nogal eens voor bij wildkleur vogels die uit de donkerbuiklijn komen.
Verder zien we afwijkingen in de snavelkeur en die worden ook bij de rubriek kleur bestraft. We zien namelijk snavelkleuren die roze beginnen te worden, of ze worden erg blauw of donker van kleur. Dat is allemaal niet goed omdat de kleur van de snavel beige bruin met een blauwe waas moet zijn. Ideaal is als de kleurdiepte van de snavel overeenkomt met de kleurdiepte van de schedel.
Het rugdek van deze vogel moet een grijze waas laten zien, maar dit is niet altijd het geval.

De vijfde en laatste rubriek op het keurbriefje gaat over de tekening.
De tekening is te vinden op de kop, waar een hamerslag tekening te zien moet zijn.
Het rugdek dient ook tekening te laten zien en wel dwarstekening in de armpennen. Deze pennen moeten ook een licht uitiende aan de veer hebben.
Verder dient de flanktekening sprekend aanwezig te zijn. De bestreping van deze tekening loopt dwars, dus van de vleugel naar beneden. Deze tekening moet strak zijn, voldoende diep van kleur en de ondergrondkleur, dus de kleur tussen de bruine strepen, moet niet te donker zijn.. Met name de flanktekening laat bij het wildkleur zilverbekje nog wel eens te wensen over en dat kan dan minpunten opleveren.

Over het algemeen zien we voldoende goede tot zeer goede zilverbekjes in de wildkleur op de tentoonstelling. Een vogel die normaal goed is en niet opvalt door min en of pluspunten haalt een score van 89 punten, welke over de rubrieken dan als volgt verdeeld is: 27 – 8 – 5 – 17 – 32.
Vogels die uitstekend zijn in formaat, kleur en tekening zullen een score hebben van 28 – 8 – 5 – 18 – 33 wat neer komt op 92 punten.
Zoals misschien bekend, kan in de rubrieken 1, 4 en 5 een punt extra gegeven worden om een vogel kampioen te maken. Deze vogel krijgt dan 93 punten en dat is het absolute maximum dat tijdens een keuring van de NBvV gegeven kan en mag worden.

Het zilverbekje is voor sommigen een eenvoudig vogeltje. Het is zeker een vogel die zijn punten goed kan halen als u er serieus mee kweekt en daarbij zijn er nog vele mogelijkheden met betrekking tot de mutaties en de mutatiecombinaties. Voor menigeen kan hier een uitdaging liggen. Gaat het u ook lukken om een zilverbekje met 90 of meer punten op een tentoonstelling te brengen? Veel succes daarmee.

Ton Koenen

Overname is zonder schriftelijke toestemming NIET toegestaan

Keurbrief Tropen